Robert Magnée: vriend, compagnon en architect in de schaduw van Dudok

Hilversum, 1934. Gemeentearchitect Willem Dudok heeft veel aanzien verworven met zijn moderne schoolgebouwen, zijn woningbouwprojecten en meesterwerken als het Hilversumse Raadhuis en de Rotterdamse Bijenkorf. Jonge architecten uit binnen- en buitenland reizen naar het Gooi om inspiratie op te doen. Eén van hen komt er vaak: de jonge Amsterdammer Robert Magnée. Negentien jaar oud en net klaar met zijn studie Bouwkunde. Sinds de MTS heeft hij maar één doel voor ogen: architect worden. En nu staat hij voor de voordeur van De Wikke, de villa aan de Utrechtseweg die zijn grote voorbeeld Dudok voor zichzelf heeft gebouwd.

Robert Magnée

“Hij adoreerde die man”, zegt René Stom, schoonzoon van Robert Magnée, 86 jaar later. “Het is bijna een kopie van het verhaal van Dudok. Toen die 19 was heeft hij Berlage een keer bij zijn woning opgewacht omdat hij hem wilde ontmoeten. Zoiets deed Magnée bij Dudok. Hij is er gewoon op af gestapt.”

Wat de jonge architect en zijn idool met elkaar bespraken vermeldt de geschiedenis niet, maar de ontmoeting was de eerste stap op weg naar een lange samenwerking en een hechte vriendschap, tot aan Dudoks dood in 1974. Letterlijk. Volgens de Hilversumse stedenbouwkunde Sicco Faber riep Dudok Magnée aan zijn sterfbed, legde zijn hand op diens hoofd en vroeg: ‘Robert, zul je goed voor mijn werken zorgen?’ 

Die ontroerende anekdote klopt, volgens Magnée’s dochter Agnès: “Ik geloof dat dat waar is, ja. Mijn vader heeft aan zijn sterfbed gezeten. Het was een heel bijzondere relatie. Later heeft hij de Dudok Stichting opgericht, waar hij jarenlang ontzettend veel energie in heeft gestoken.”

Alle werkzaamheden voor de gemeente Hilversum deed Dudok vanuit zijn riante kantoor in het Raadhuis, ondersteund door bouwkundigen en werktekenaars van de gemeente. In zijn woonhuis De Wikke, waar de jonge Magnée in 1934 aanbelde, had Dudok ook een ruime werkkamer met twee tekentafels. Daar zetelde het eigen bureau van Dudok. Alle particuliere opdrachten werden daar uitgewerkt. Opdrachten uit heel Nederland en soms zelfs daarbuiten. Maar géén Hilversumse klussen, dat stond de gemeenteraad niet toe.

Assistent-architect Klaas van den Berg was vanaf het begin lange tijd in dienst van het architectuurbureau Dudok. Hij was ook opzichter tijdens de bouw van Dudoks particuliere werken. ‘Kloaske’, noemde Dudok hem liefdevol. Klaas zelf noemde Dudok ‘baas’. De later zeer succesvolle architect Pieter Zanstra werkte in zijn jonge jaren ook een tijdje voor Dudoks eigen bureau. 

In 1936 kwam Robert Magnée bij Dudok in dienst als werktekenaar, na een kort dienstverband bij het Amsterdamse bureau Merkelbach & Karsten, dat in die tijd het AVRO-gebouw heeft ontworpen. De samenwerking tussen Magnée en Dudok kwam moeizaam op gang. Zo zou Dudok ooit in enorme woede zijn ontstoken toen hij zag hoe Magnée zijn schets van een entree had uitgewerkt op een moderne manier, die aansloot bij zijn eerdere werk voor Merkelbach. “Dat werd een hooglopende ruzie. De vrouw van Dudok heeft daarin bemiddeld, anders was het een splitsing van de wegen geweest,” weet de schoonzoon van Magnée. 

Als uitvoerend tekenaar had Magnée aanvankelijk vooral uit te voeren wat Dudok had bedacht. Zijn dochter Agnès: “Ik heb Dudok zelf gekend. Wij woonden daar in die tijd een paar huizen vandaan. Het was een heel formele, strenge man. Iemand met heel stringente eigen ideeën. Geen gemakkelijke man. Mijn vader moest waarschijnlijk heel precies doen wat Dudok had bedacht. En dat deed hij. Ik kan me dat heel goed voorstellen. Als je jong bent in je vak en je ontmoet zo’n grootheid, dan pas je je daaraan aan. Je zegt niet meteen zegt: Nee Wim, dat zou ik anders doen. Ik denk ook dat dát het succes van hun samenwerking was. Dat ze het zó goed met elkaar konden vinden. Wederzijds.”

1957. Robert Magnée (rechts) samen met Dudok en diens vrouw Marietje.

Robert Magnée schreef daarover later zelf: “Zijn individualistische houding maakte dat hij geen grote staf om zich heen duldde; hij was niet gewend met andere creatieve geesten te werken en verdroeg daarom alleen uitvoerenden, geen personeel. Zijn studio bevatte slechts twee tekentafels: één voor hem en één voor mij – wij werkten gelijk op en hadden aan één woord voldoende.” 

Bijna 40 jaar lang zouden Dudok en Magnée hun werkkamer met elkaar delen. De hechte samenwerking in villa De Wikke leidde ook tot een stevige persoonlijke band, die niet tot de tekentafels beperkt bleef. Dudoks vrouw Marietje was zeer op Magnée gesteld. Ze beschouwde hem als haar petekind en raakte ook bevriend met zijn vrouw. Dudoks dochter Mia, die maar 4 jaar jonger was dan Magnée, schreef in 1994 in het blad ‘Eigen Perk’: “Rob Magnée burgerde na jaren zó bij ons in, dat ik hem mijn broertje noemde.”

De schaarse interviews die Magnée later heeft gegeven geven een aardig inkijkje in de manier waarop Dudok en hij werkten. “Al zijn bouwwerken ontstonden uit een muzikale achtergrond, letterlijk. Hij speelde vaak op een vleugel, vlak naast de werkkamer. Er werd veel grammofoonmuziek gedraaid. En de muziek die hij koos die bepaalde, nee, die inspireerde hem bij de ontwerpen waar hij mee bezig was,” zei Magnée in Van Gewest tot Gewest (1984). “Hij wou ordelijk en fraai werken. Je kunt ook geen muziek maken als je geen compositie in je hoofd hebt.”

In datzelfde jaar, honderd jaar na Dudoks geboortejaar, vertelde Magnée voor de NCRV-radio ook over de twijfels die Dudok af en toe bevingen, als zijn werk niet begrepen werd: “Dat was een teleurstelling in zijn leven. Toen heb ik gezegd: Wim, maak je niet druk. De mensen zullen het wel gaan begrijpen. Straks, niet nu. Want nu zitten ze nog in de barre strijd van pro en contra. Dat is altijd de tragiek van elke artiest of kunstenaar. Maar als-ie dood is wordt-ie begrepen.”

Door de groeiende vriendschap veranderde de meester-knecht relatie in een verstandhouding waarin geleidelijk meer ruimte kwam voor Magnée’s eigen talenten als architect. Agnès Magnée: “Dudok heeft wel het talent van mijn vader gezien. Absoluut. Op een gegeven moment had mijn vader natuurlijk ook wel het idee: ik wil wat zelf ontwerpen. Zo is het ook gegaan. En dat zal best wat strubbelingen hebben gegeven.”

Tientallen grote en kleinere projecten zijn in de jaren 1936 tot 1974 door het eigen bureau van Dudok gerealiseerd. In velen daarvan, zeker de eerste 20 jaar, is het handschrift van Dudok onmiskenbaar aanwezig. In veel andere werken is de scheidslijn tussen ‘meester’ en ‘knecht’ vervaagd. Hoe langer Magnée voor Dudok werkte, hoe meer hij een verlengstuk werd van de inmiddels bejaarde meester. Dudok kon uiteindelijk niet alleen het handwerk, maar ook de creatieve taken met een gerust hart overlaten aan het door hemzelf geknede talent van Magnée. (tekst loopt door onder de foto)

Robert Magnée (rechts) en Dudok (links) bij de presentatie van hun ontwerp van het Elseviergebouw Foto: Het Nieuwe Instituut, Archief Dudok.

In 1956, 20 jaar na zijn aanstelling, werd Robert Magnée compagnon van Dudok. Dudoks vrouw Marietje, naar wie Dudok altijd heel goed luisterde, zou daarbij een belangrijke rol hebben gespeeld. Maar er was ook een praktische reden. Het gemeentebestuur van Velsen besloot in dat jaar eindelijk tot de bouw van het nieuwe raadhuis, dat 10 jaar eerder door Dudok was ontworpen. Maar er was ook enige bezorgdheid. De grote bouwmeester was inmiddels al 72 jaar oud. Kon hij het lange bouwproces wel aan? Door de 30 jaar jongere Magnée aan te stellen als zijn compagnon was de continuïteit van het grote raadhuisproject verzekerd. In een brief aan het gemeentebestuur presenteerde Dudok R.M.H. Magnée als zijn medefirmant “die competent is, zodat alle waarborg aanwezig is dat de projecten in mijn geest zullen worden uitgevoerd ook al zou ik de (…) uitvoering zelf niet meer mogen beleven.” 

Dudok was twee jaar eerder, in 1954, met pensioen gegaan als gemeentearchitect van Hilversum. Hij kon zich dus volledig richten op zijn eigen bureau. Aan ambitie geen gebrek. “Ik weet natuurlijk, iemand die 70 jaar is heeft niet zo heel veel tijd meer. Maar ik hoop toch altijd nog dat ik morgen mijn meesterwerk zal maken,” aldus de bouwmeester in een toespraak die werd uitgezonden door de VARA-radio. “En ik hoop dat één van u mij daartoe in de gelegenheid zal stellen.”

Maar helaas, dat meesterwerk zat er niet meer in. Architectuurhistoricus Herman van Bergeijk schrijft in zijn standaardwerk ‘Willem Marinus Dudok’ over die periode: “De architect had zijn eigen architectonische idioom grotendeels verloren en deed ook geen poging een nieuwe te ontwikkelen.” 

Plan Bieshaar in Bilthoven, vermoedelijk ontworpen door Magnée. foto Peter Veenendaal

Bouwondernemer en projectontwikkelaar Johan Matser was vrijwel de enige die het bureau Dudok de jaren daarna aan het werk hield. In de periode 1954-1965 zou Matser een groot aantal woon- en winkelprojecten van Dudok laten bouwen in Hilversum, Bussum, Amstelveen, Bilthoven, De Bilt en Diemen. Volgens Van Bergeijk is het “waarschijnlijk dat de meeste ontwerpen vooral door Robert Magnée waren uitgewerkt.” Behalve het C&A gebouw in Hilversum, “dat waarschijnlijk tot de beste uit deze periode behoort“. 

“Dat klopt, C&A is helemaal van Dudok,” zegt Agnès Magnée. “Maar daar tegenover, Modehuis Voss, dat is 100 procent van mijn vader. In die jaren was het soms heel duidelijk, maar vaak ook heel onduidelijk wie van beiden het had gemaakt.”

Modehuis Voss wordt toegeschreven aan Dudok, zoals alles wat door zijn bureau werd getekend. Bij een paar grote werken, zoals het Amsterdamse Havengebouw (1965), het hoofdkantoor van Hoogovens (1951), het stadhuis van Velsen (1965) en het Elseviergebouw in Amsterdam (1964) wordt Robert Magnée in de literatuur als mede-architect genoemd. Ook bij andere late Dudokprojecten als het winkelcentrum in Diemen en de wijk Bieshaar in Bilthoven krijgt Magnée soms credits. Maar veel van zijn co-creaties of creaties voor het bureau van Dudok gaan de geschiedenis in onder het vaandel van zijn oudere collega. René Stom, schoonzoon van Magnée: “Het was een vader-zoonrelatie. Begin jaren 60 was Dudok bijna 80. Die deed niet zoveel meer. Magnée deed eigenlijk alles wat Dudok zelf niet meer deed, maar wel onder zijn naam. Dus het is moeilijk om nu nog te traceren: wat is nou van wie.”

Havengebouw Amsterdam. Foto Peter Veenendaal.

Dochter Agnès Magnée: “Wij weten het ook niet. Mijn vader was niet een man die zichzelf op de borst sloeg en zei: dit werk van Dudok heb ik gemaakt. Dat was zijn stijl niet. Ook niet bij het Havengebouw of Hoogovens, al was het duidelijk dat hij daar veel aan heeft bijgedragen. Hij was er wel trots op. Absoluut.”

René Stom: “Hij vond ook niet dat hij te weinig erkenning heeft gehad, als mede-schepper van veel Dudokwerken. Dat interesseerde hem helemaal niet.” Agnès Magnée: “Hij heeft zich daar tot het einde toe goed op zijn plek gevoeld. Anders hou je het ook niet zo lang vol. Maar natuurlijk wilde hij uiteindelijk ook met eigen werk aan de slag. Een eigen kantoor, een eigen oeuvre.”

In 1963 zette Magnée het bureau onder eigen naam voort en begon de tweede helft van zijn leven als scheppend architect. Een vruchtbare tweede helft, waarin het Gooi en omstreken werd verrijkt met talloze grote en kleine werken van zijn hand. Agnès Magnée: “Mijn vader had 30 jaar in te halen, dus die pakte alles aan. En hij had een eindeloze stroom aan originele ideeën, waarmee hij zelf de boer op ging. Hij stapte op gemeenten af met plannen, werkte voor projectontwikkelaars, voor particulieren. Altijd bezig met wat nieuws.”

René Stom: “Door zijn sociale instelling kwamen er veel mensen op zijn pad. Dat leverde veel werk op. Verbouwing hier, verbouwing daar, villaatje zus of villaatje zo. Renovatieproject langs de dijk in ‘s Graveland, grachtenpandjes in Weesp, appartementen in Hilversum, de chemische fabriek in Naarden. Dat liep almaar door. Ik heb tassen vol tekeningen, allemaal uitgevoerde werken.” (tekst loop door onder de foto)

Palace Résidence in Hilversum een appartementencomplex dat zijn tijd ver vooruit was. Foto: Buijs Regiomakelaars Soest

Palace Résidence, het grote appartementencomplex aan de ’s Gravelandseweg in Hilversum, is het bekendste werk van Robert Magnée. Dochter Agnès: “Ik denk dat hij daar het meest trots op was. Dat is een luxe wooncentrum met voor die tijd heel vernieuwende dingen, zoals een daktuin, een parkeergarage, gemeenschappelijke fitnessruimtes en hobbyruimtes, aparte logeerkamers voor bezoekers. En het was heel erg duurzaam, zijn tijd ver vooruit.” 

Ook Corvers Erf, tegenover het Palace, de vrijgezellenflats van de ‘hunkerbunker’ aan de Vaartweg en een groot appartementengebouw aan de Neuweg zijn van Magnée. Een compleet overzicht van zijn werken ontbreekt. “Maar daar wordt wel aan gewerkt”, zegt zijn dochter. (tekst loopt door onder de foto)

De Oranjerie. Foto: Dakrenovatie Holland

Terugkerende stijlkenmerken zijn lange, strakke lijnen, grote ramen, overhellende daken, luifels en overstekken, opvallende patronen in de gevels en veel licht. Een mooi voorbeeld daarvan is Magnée’s eigen woonhuis, de Orangerie aan de ‘s Gravelandseweg, dat hij eind jaren ’50 kocht en drastisch verbouwde. 

Magnée was altijd met zijn vak bezig. René Stom: “Als hij een opdracht kreeg dan stoof-ie naar huis om direct iets te maken. De volgende dag had hij zijn schetsen klaar.“ Dochter Agnès: “Hij zat eigenlijk altijd te tekenen, op alles was hij kon vinden. Als-ie ergens een mooie of bijzondere constructie zag, dan tekende hij dat. Elk winkelcentrum, elke kathedraal, elk bijzonder gebouw in Europa kennen wij omdat hij ons altijd meesleepte.”

“Hij wist enorm veel. Over Japanse bouwkunst bijvoorbeeld. Voor de UNESCO is hij naar India gereisd. Hij las zich helemaal suf en kon prachtig vertellen. Hij was een lieve vader, een schat. Maar zakelijk was hij niet. Geld interesseerde hem niet zo. Als je hem omkeerde viel er een dubbeltje uit. Het is aan mijn moeder te danken dat we de rekeningen konden betalen. Zij was afgestudeerd econoom en zij deed de geldzaken,” aldus Agnès. (tekst vervolgt onder de foto)

Robert Magnée (familiefoto)

Ondanks het succes van zijn eigen bureau bleef Magnée zijn grote voorbeeld trouw. Zijn belofte aan Dudoks sterfbed leidde in 1980 tot de oprichting van de Dudok Stichting, de voorloper van het Dudok Architectuur Centrum. Als voorzitter was Magnée tot op hoge leeftijd een onvermoeibare ambassadeur van Dudoks werk en gedachtengoed. Als de pers hem in die functie opzocht ging het altijd over Dudok, nooit over zijn eigen werk. Het deerde hem niet. In het tv-programma Het Gezicht van Nederland werd Magnée in 1991 gevraagd naar het kenmerkende van Dudok: “Dat hij zo’n persoonlijkheid was. Dat zag je aan al zijn bouwwerken, welke het ook waren. Die werden steeds herkend. Hé, dat moet van Dudok zijn. Zoals Rembrandt herkend wordt, of Van Gogh. Zo was Dudok.”

Maar wat was nou het kenmerkende van Magnée? Dochter Agnès: “Hij was een creatieve goedzak. En voor mij vooral de architect Robert Magnée, meer dan ‘de compagnon van Dudok’. Maar het één heeft wel met het ander te maken. Als je met zo’n grootheid zóveel gedeeld hebt, dan heeft dat natuurlijk ook zijn weerslag op je eigen werk. Het vormt je. Maar wel met een eigen stijl.”