Het was in 1938 flink aanpoten voor ‘juffrouw Brouwer van het Verkeershuis’

In 1938 was vakantie in eigen land heel gewoon. Daar was geen pandemie voor nodig. Het Gooi was in die dagen zeer in trek en Hilversum in het bijzonder. Er was geen hotelkamer meer te krijgen. Dat was ook de lokale krant niet ontgaan: “We hebben dezer dagen eens een bezoek gebracht aan het vriendelijke, lage gebouwtje aan het Stationsplein en daar van de ‘juffrouw van het Verkeershuis’, mejuffr. Brouwer, alleszins verheugende mededeelingen gehoord omtrent het vreemdelingenwezen,” meldt de Gooi- en Eemlander op 10 augustus 1938.

Juffrouw Brouwer had het druk, zo blijkt. “De post bracht dagelijks talrijke aanvragen om inlichtingen over de schoonheid der Gooische dreven en over de keuze van logies en dergelijke. Ook het bezoek aan het bureau steeg met den dag.”

In augustus was Hilversum zo populair onder toeristen “dat mensen de wanhoop nabij naar het verkeershuis terugkeerden en vertelden, dat ze maar ergens anders heengingen, want dat in Hilversum geen kamer meer vrij was. Niet prettig voor betrokkenen, maar in algemeene lijnen gezien een gunstig teken”, aldus de krant.

‘Vreemdelingen zijn niet altijd vriendelijk’

De drukte is niet altijd even prettig voor juffrouw Brouwer en haar assistente, tekent de krant op. “Vreemdelingen zijn niet altijd vriendelijk, ze zijn ook wel eens lastig, ze zijn soms langdradig en weten graag alles en daardoor gebeurt het, dat er zes, zeven mensen staan te wachten.”

Maar voor Hilversum is het prima, vindt de krant. “Laat het maar geruime tijd flink druk blijven in het bureau van V.V.V. aan het Stationsplein, niemand kan er bezwaar tegen hebben, want Hilversum vaart er wel bij.”

Tekst gebaseerd op dagblad de Gooi- en Eemlander, woensdag 10 augustus 1938.