Stadhuis, Cachan (1936)

Het stadje Cachan, even ten zuiden van Parijs, besloot begin jaren ’30 een indrukwekkend nieuw stadhuis te bouwen om te bezegelen dat het zich in 1923 had afgesplitst van het naburige Arcueil. Het ontwerp werd toevertrouwd aan het architectenduo Jean Baptiste Mathon (1893-1971) en Joannès Chollet (1891-1955). Voor deze opdracht moesten ze samenwerken met de plaatselijke architect René Chaussat, met wie ze later ruzie kregen. Wat Chaussats inbreng was is onduidelijk. Het stadhuis wordt vaak alleen aan Mathon en Chollet toegeschreven. 

Mathon en Chollet hebben meerdere grote werken op hun naam, waaronder de École Spéciale des Travaux Publique (Ingenieursschool) in Parijs (1936) en het Palais de la Radio tijdens de Wereldtentoonstelling van 1937, ook in de Franse hoofdstad. 

In de Ingenieursschool in Parijs ziet architectuurjournalist Jaap Huisman “invloeden van de Nederlandse baksteenarchitectuur, met name die van Dudok”. In Cachan hadden ze al eerder enkele scholen gebouwd. Ook daarin is de inspiratie van Dudok zichtbaar, met name in het ontwerp van de École Maternelle, de kleuterschool.

Maar nergens is de invloed van Dudok zo tastbaar als in het ontwerp van het Hôtel de Ville, het stadhuis. Het werd in 1936 officieel geopend. In lokale folders en publicaties staat onomwonden dat Mathon en Chollet hun ontwerp hebben gebaseerd op het raadhuis van Hilversum. En inderdaad, daar is geen ontkennen aan. De speciaal gebakken gele baksteen, de in elkaar geschoven rechthoekige volumes, de platte daken, de raampartijen en de forse toren vormen tezamen een wat minder elegante, maar zeer herkenbare Franse echo van Dudoks meesterwerk. 

Net als in Hilversum bestaat het gebouw uit een geraamte van gewapend beton, met bakstenen binnenwerk en bekleding. Het hoofdgebouw bevat een feestzaal, een trouwzaal en een raadszaal, een vergaderzaal en ruimten voor administratieve diensten. Een bijna losstaand deel, met een ronde kopse kant, herbergt een postkantoor.

Het stadhuis van Cachan oogstte veel lof. Het destijds toonaangevende blad La Construction Moderne van maart 1936 wijdde een fors omslagartikel aan het gebouw. Daarin stak architect Jean Favier zijn bewondering voor Dudok niet onder stoelen of banken: “(…)het is enigszins te betreuren dat deze overigens zeer geslaagde architectuur niet meer in de Franse traditie staat.”

Ook aan het binnenwerk van het Franse raadhuis is veel aandacht besteed, met grote glas-in-loodramen, een enorm fresco in de feestzaal, maar houten lambriseringen in plaats van Dudoks marmeren wandbekleding. Het timmerwerk moest de oneffenheden in de bakstenen muren maskeren, schreef Jean Favier in La Construction Moderne: “Als je een krachtig decoratief effect wil bereiken door het eenvoudige spel van kale muren (…), zoals met name door onze collega Dudock (sic) in de interieurdecoratie van het stadhuis van Hilversum is toegepast, heb je een ervaren en gewetensvolle vakman nodig voor een perfect resultaat. We moeten toegeven dat de projecten die in Frankrijk op basis van deze principes zijn uitgevoerd, niet het verwachte resultaat hebben opgeleverd.” Favier hoopte dat “de Franse arbeiders zich met oefening zullen kunnen meten met hun collega’s in België en Nederland, zodra zij de moeite nemen.” Niettemin noemt hij het werk in zijn slotwoord “een bijzonder gelukkig succes, zowel door de oprechtheid van de gekozen aanpak als door de geest waarmee de auteurs ervan een schone architectuur hebben weten te realiseren zonder overbodige franje.”

Bronnen:

La Construction Moderne, jaargang 51 nr. 24, 15 maart 1936

Baksteen nr 48, september 2006

https://monumentum.fr/hotel-ville-pa94000015.html

https://www.guide-tourisme-france.com/VISITER/hotel-ville–cachan-33644.htm

https://fr.wikipedia.org/wiki/Jean-Baptiste_Mathon