



Het aantal woningbouwcomplexen van het Gemeentelijk Woningbouwbedrijf in Hilversum nam gestaag toe aan het begin van de jaren ’20. Als directeur Publieke Werken had Dudok er zijn handen aan vol. Toch besteedde hij aan elk nieuw project de nodige aandacht en zocht (en vond) hij bijzondere oplossingen voor de woningproblemen in die tijd. Het 6e woningbouwcomplex dat gereed kwam in 1923 omvat Ampèrestraat, Edisonstraat, Morsestraat en Voltastraat en als bijzondere markering het Edisonplein.
Het complex bestond uit blokken bescheiden woningen die aansloten bij de omringende grotere en duurdere huizenblokken. Volgens Dudok werd daardoor een “povere indruk” vermeden. De woningen werden verlevendigd door verschillende kleuraccenten in groen, rood, oranje en wit.
Het Edisonplein wordt gevormd door een fraai hofje gebouwd rond een vierkant middenplein met gazon. Het hofje is een Rijksmonument en is aan de oostzijde ontsloten door een smalle voetgangerspoort tussen de woningen richting Ampèrestraat en aan westzijde door een bredere doorgang richting Edisonstraat.
Aan drie zijden bevinden zich lage woningen (“bungalows” zoals destijds aangeduid), aanvankelijk vooral voor de “jonggehuwden” en voor semi-permanent gebruik bestemd. Aan de oostkant staat een poortgebouw met 4 woningen met 2 woonlagen.
De lage woningen waren een alternatief voor noodwoningen. De eenvoudige en “in letterlijke zin nederige” woningen zouden volgens Dudok zeker niet minderwaardig overkomen mede doordat men over de lage woningen heen de dakvlakken van de verder weg gelegen hogere woningen kon zien “hetgeen plastisch ongetwijfeld een goed effect zal maken”.
Uit bezuinigingsoverwegingen had een aantal woningen slechts half spouwmuren. Bij goedkeuring in de gemeenteraad voor de bouw van het complex verwonderde een der raadsleden zich dat er woningen met halve steensmuren gebouwd mochten worden. Volgens de wethouder was dat voor deze woningen niet zo erg omdat ervoor gezorgd werd dat “deze bouw in de huiskamer geen last zal veroorzaken”.








