








Dudok ontwierp met zijn eigen architectuurbureau regelmatig woonhuizen voor particuliere opdrachtgevers. Een van hen was bankier J.C. Maassen uit Baarn, die lang in Indonesië had gewerkt voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Hij vroeg Dudok voor hem een huis te ontwerpen in Bilthoven. Daar verrees in 1950 een bescheiden villa aan de Albert Cuyplaan, gebouwd in de beste Dudoktraditie. Het T-vormige huis bestaat uit een rechthoekig blok met aan de voorzijde een aangebouwde garage (inmiddels verbouwd tot extra kamer) en aan de achterzijde een forse serre. De voorzijde telt vier kleine, vierkante ramen. De achterzijde heeft een veel opener karakter met grote ramen onder en boven en de al genoemde serre met balkon. De kozijnen zijn van staal.
De muren van de villa zijn wit gekeimd, zoals meer van Dudoks woonhuizen uit die tijd. Het zadeldak is gedekt met grijze pannen. Twee diagonaal gelegen hoeken van het huis worden door zware schoorstenen gemarkeerd. Een zwarte plint loopt om het hele bouwwerk.
Op de begane grond was oorspronkelijk slechts één ongedeelde woonruimte en op de verdieping slechts één slaapkamer. Daarmee voorkwam de opdrachtgever dat hij zou worden verplicht om andere mensen in zijn huis te laten inwonen. Gemeenten hadden in de jaren 50 namelijk de bevoegdheid om woonruimte bij particulieren aan anderen toe te wijzen, vanwege de woningnood.
Villa Maassen lijkt in stijl op de woning van het echtpaar Kieft in Bussum en die van dr. Tromp in Oegstgeest.