Aan de drukke weg tussen Hengelo en Enschede staat een van de minder bekende woonhuizen van Dudok: landhuis De Schoppe. Het huis werd gebouwd in 1920-1921 in opdracht van Frits Willink, directeur van het elektrotechnische bedrijf Heemaf. Het is een ontwerp uit Dudoks vroege periode, toen hij nog sterk beïnvloed werd door de expressieve vormentaal van de Amsterdamse School, maar wel duidelijk op weg was naar zijn eigen handschrift.
De Schoppe – later ook bekend onder de naam De Herrezen Jager – bestaat uit verschillende in elkaar grijpende volumes onder rieten daken, opgetrokken in de bekende warme, gele baksteen. Opvallend zijn de horizontale vensterstroken, de asymmetrische compositie en de zorgvuldig geplaatste uitbouwen. Dudok experimenteerde hier zichtbaar met het samenvoegen van bouwmassa’s, iets wat later een van zijn handelsmerken zou worden.
Hoewel het huis nog duidelijk elementen van de Amsterdamse School bezit — zoals het levendige metselwerk, de expressieve entreepartij en de ambachtelijke detaillering — verraadt het ontwerp ook een streven naar rust en geometrische ordening. Het landhuis staat op een kantelpunttussen de decoratieve baksteenarchitectuur van de jaren tien en het strakkere modernisme waarmee Dudok later wereldberoemd zou worden.
De villa staat prominent aan de Enschedesestraat en was bedoeld als een landelijk buitenhuis aan de rand van de stad. Dudok liet het ontwerp zoveel mogelijk integreren in het groene landschap, met zijn lage volumes en brede dakvlakken.
De Schoppe is een rijksmonument. Volgens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is het pand van groot architectuurhistorisch belang, niet alleen vanwege de hoge mate van gaafheid, maar vooral omdat het laat zien hoe Dudok zijn eigen stijl begon te ontwikkelen.