Een persoonlijk portret door Robert Magnée
Over architect Willem Marinus Dudok is veel geschreven, maar weinigen kenden hem zo goed als zijn vriend en collega Robert Magnée (1915–2001). Magnée werkte bijna veertig jaar met Dudok samen in diens architectenbureau en ontwikkelde met hem een hechte vriendschap. In 1993 schreef hij een persoonlijk portret van Dudok voor het boek Willem Dudok, architect 1884–1974, stadsbouwmeester van wereldallure. Daarin beschrijft hij hun samenwerking, Dudoks inspiratiebronnen en diens streven naar tijdloze schoonheid. Op zijn sterfbed vroeg Dudok Magnée om voor zijn werk te blijven zorgen. Magnée nam die taak serieus: als architect én als voorzitter van de door hem opgerichte Dudokstichting bleef hij jarenlang het erfgoed van zijn vriend en leermeester bewaken.
Lees hieronder zijn verhaal.
Willem Marinus Dudok, organisator van ruimte
Willem Marinus Dudok heeft gedurende zijn lange leven een unieke, creatieve positie ingenomen in de wereld van architectuur en stedebouw, door zijn veelzijdige werkzaamheden als civiel ingenieur, particulier architect en in tal van functies als directeur van Publieke Werken, stadsbouwmeester, stedebouwkundige en voorzitter van begeleidingscommissies op plaatselijk en provinciaal niveau inzake architectuur en stedebouw, natuur -en landschapsinrichting. Zijn werk omvatte alle aspecten van de omgang met ruimtes van de meest uiteenlopende aard: van woningen, scholen, gemeenschapsgebouwen, ruimtes voor werk en ontspanning tot en met de Noorder Begraafplaats.
door Robert M.H. Magnée
Bijna veertig jaar had ik het voorrecht zijn dagelijkse compagnon te mogen zijn, waardoor ik zijn persoonlijkheid en zijn werkzaamheden van nabij op zijn bureau, in zijn gezin en zijn vriendenkring heb mogen meemaken. In enkele zinnen zal ik trachten zijn persoonlijkheid te kenschetsen. Ik citeer hiervoor enkele alinea’s uit een interview dat ik gaf onder de titel Renaissancemens Dudok.
Als een generaal
Dit citaat schildert de mens Dudok ten voeten uit: de generaal maar ook de musicus. Zijn militaire geest kwam in elk aspect van zijn werkwijze tot uitdrukking: als een generaal die slag moet leveren organiseerde hij zijn bureau. Van alles was hij op de hoogte en niets ontsnapte aan zijn aandacht. Alle belangrijke correspondentie schreef hij zelf, in een persoonlijke stijl, en geen tekening werd in uitvoering genomen als zijn handtekening er niet onder stond.
Contacten werden onderhouden via de telefoon of mondeling; het was een voortdurend komen en gaan tussen de studio en de bouwkeet. De sfeer in het bureau en de bouwkeet was over het algemeen heel goed, want Dudok mocht dan als een generaal zijn bureau besturen, hij was tegelijk een uitermate enthousiasmerende persoonlijkheid. Iedereen die met hem werkte, werd een ‘mede’-werker.
Overal contacten
Dat gold overigens niet alleen voor de tekenaars en opzichters, maar ook voor de leden van de gemeenteraad. Hij had overal contacten en al deze mensen werden vrijwel zijn vrienden. Daardoor was zijn invloed zo groot. Daardoor ook kon hij zonder openlijke tegenstand zijn eigen spel spelen.
De andere – muzikale – kant van zijn karakter kwam ook heel duidelijk in zijn werkwijze naar voren.
Binnen enkele uren schetste hij een voorlopig ontwerp – soms op de achterkant van bladmuziek of een willekeurig ander papier dat hem ter beschikking stond – dat direct een beeld schiep van het uiteindelijke resultaat. Thuis achter de vleugel maakt hij mij duidelijk waar hij mee bezig was en wat hem voor ogen stond. Al improviserend gaf hij mij de aanwijzingen voor het ontwerp waaraan we bezig waren. Die muzikaliteit blijkt ook heel duidelijk uit zijn bouwwerken.
Zijn echtgenote
Als toetssteen was voor hem het oordeel van zijn echtgenote onmisbaar. Hij toonde haar zijn ideeën wanneer zij ons vergezelde bij de thee- of koffiepauze. Als zij het idee niet onmiddellijk vatte, werden de schetsen in de prullenmand geworpen. Immers, als zijn vrouw het niet begreep, wie dan wel?
Zijn individualistische instelling maakte dat hij niet gaf om reizen ver van huis en het werk dat hij onder handen had. Daaruit kan worden begrepen dat hij geen man was voor het bijwonen van congressen, het houden van lezingen of het bekleden van een professoraat, waartoe hij dikwijls werd uitgenodigd. Slechts in latere jaren was hij schoorvoetend daartoe te bewegen na zorgvuldige voorbereidingen en overwegingen.
Hij meende dat zijn bouwwerken, door een bezoek daaraan, het beste zijn bedoelingen weergaven, waarbij hij hoopte en verwachtte dat zijn regie van ruimtebelevingen zou worden begrepen en gehandhaafd, anders, zo stelde hij, begon de afbraak.
Wereld gaver achterlaten
Dudoks profilering als renaissancemens komt tot uitdrukking in de opdracht die hij schreef in een boek getiteld ‘De Glorie van de Renaissance’, dat ik van hem kreeg: “Ja, waarachtig een glorie waarin wij ons, na zoveel eeuwen, nog dagelijks kunnen vermeien. Daarvan getuigt dit gelukkige boek. Het herinnert er ons óók aan dat het de eeuwige uitdaging voor alle creatief-werkenden is de wereld iets gaver, iets schoner achter te laten dan zij werd betreden. In onze tijd wellicht een pijnlijke gedachte, maar in elk geval een streven dat van de scheppende mens wordt vereist.” Dat deed ook hij.
Dudok was geboren in Amsterdam, de renaissancestad binnen de beroemde grachtengordel, een concentrisch stelsel van waterwegen in verbinding met de handelswereld, waaraan fraaie koopmanshuizen en pakhuizen zijn ontworpen met een esthetische visie die eeuwen gold en, zoals Dudok zei, “ons nog dagelijks kunnen vermeien”. Deze visie nam hij ook over voor de tuinstad van Amsterdam: Hilversum. Zoals Amsterdam beschermd was door een reeks forten – als genieofficier was Dudok betrokken bij de bouw van de forten van Uithoorn en Purmerend – zo beschermde hij Hilversum met een ring samenhangende natuurgebieden, de grondoorzaak voor de vestiging in deze streek, en de bescherming tegen vergaande verstedelijking, omdat ze gevrijwaard waren van aanslagen door ‘bebouwingspiraten’.
Stad en natuur
Voor de toekomst voorzag hij een geleidelijke renovatie van de oorspronkelijke kernbebouwing door de omvorming van de agrarische bebouwing naar een meer stedelijke structuur. Een ongebreidelde uitwaaiering van de bebouwing zoals elders in de wereld met buitenwijken zo vloekwaardig geschiedt, moest voorkomen worden. Zijn visie op het fraai begrenzen van stedebouwkundige gebieden vond hierin ook zijn credo. De grens tussen stad en natuur moest weliswaar op natuurlijke wijze verlopen maar moest tevens duidelijk herkenbaar zijn.
Inspiratiebron voor de contouren van Hilversum vormde de Italiaanse stad Ravenna. Op een van zijn schaarse reizen keek Dudok vanuit de koets die hem uit Ravenna wegvoerde over zijn schouder en raakte zo onder de indruk van de schoonheid van de contouren van deze stad dat hij besloot Hilversum op gelijke wijze te componeren. Aldus ontstond het kader van het architectonische schilderij waaraan hij werkte.
Zijn voornaamste zorg aan het begin van zijn Hilversumse werkzaamheden was het inkleuren van de sociale achtergrond van het architectonische schilderij met humane, sociale woningbouw, naar analogie van de in Engeland ontwikkelde tuinstadbeweging.
Schoonheid betaalt!
Deze stond voor betaalbare woningen voor arbeiders, met de daarbij behorende infrastructuur van tot harmonieus gecomponeerde straatwanden samengesmolten huizen en bijzondere gebouwen als scholen, bibliotheken, badhuizen enzovoort als ornamenten op stedebouwkundig bijzondere plaatsen, aangekleed met zorgvuldig gekozen boombeplantingen, groenstroken en waterpartijen. Een geheel van vorm en kleur dat tot in het kleinste detail rekening hield met de menselijke verlangens en behoeften.
Om dit alles te bereiken, moest een slag worden geleverd om de financiële middelen waarbij Dudok zijn militaire talenten en vaardigheden van het woord in de strijd moest werpen. Dudok was bijzonder zuinig ingesteld, zowel privé als ten opzichte van zijn opdrachtgevers. Maar hij hechtte een enorme waarde aan schoonheid zoals zijn beide credo’s ‘Schoonheid betaalt!’ en ‘Een stad die schoonheid mist, mist het voornaamste’ illustreren. Deze zuinigheid maakte dat hij na de beide wereldoorlogen zonder al te veel moeite uit de voeten kon met de beperkingen die de recessie hem oplegden. Met geringe middelen wist hij tot betekenisvolle bouwkunstige oplossingen te komen. Het verwijt dat hij zoveel geld uitgaf en met zulke kostbare materialen werkte, snijdt dan ook beslist geen hout: de gouden tegeltjes waren bijvoorbeeld geglazuurd en kostten absoluut niet meer dan gewone tegels. Zo wist hij met weinig geld toch een speciaal effect te bereiken.
Dudok zag de mens voor wie hij bouwde niet louter als een object, maar hij wilde de gebruiker met zijn bouwwerken een ruggesteun geven; hij bouwde iets dat de bewoner zou aanspreken, dat hij mooi moest vinden.
Bouw als kunst
Immers elk tijdperk, elk volk, elk individu modelleert op verschillende wijze in de wereld of omgeving een idee van zijn bestaan. Derhalve bouwde hij een huis niet als een instrument om te leven, maar als een tehuis, een school als een eerste les in de omgang met de omgeving, een raadhuis als zetel van het gemeentelijk gezag, een kerk als plaats voor religieuze aandacht, een theater als een feestelijk gebeuren. Aan het louter functionele of rationele als uitdrukking van een idee in ruimtelijke verhoudingen, gaf hij door kleur en vorm een extra dimensie, kortom bouw en stedebouw als kunst.
Daarbij was hij zich voortdurend bewust van de vergankelijkheid der dingen, hetgeen hem dwong tot een zorgvuldige detaillering van gebouwen – als constructeur en technicus – met toepassing van fraaie, blijvende materialen en vormen, want: “Het huis overleeft de mens die het bouwde en de stadsvorm overleeft de huizen, waarbij de natuur als voorbeeld strekt als inspiratie tot organisch bouwen in akkoord met de feiten van het leven.”
Dudoks boodschap als organisator van ruimtes was niet dogmatisch of systematisch en statisch doctrinair, maar als het dynamische leven zelf, vervuld met een ‘sagesse de l’esprit en een sagesse de coeur’ om onze boeiende tijd zijn eigen boeiende schoonheid te geven.
Schoonheid die het leven niet kan missen.
Meer over het persoonlijke leven van Dudok leest u in dit artikel van zijn dochter Mia.