



Een opmerkelijke rij grotere woningen, ontwierp Dudok in 1921 aan de Godelindeweg in Naarden. Dit complex van houten middenstandswoningen is bekend geworden onder de naam ‘Dudokhuizen’. De woningen moesten in hout worden uitgevoerd, omdat het bouwterrein binnen de zogeheten ‘verboden kringen’ van de vesting Naarden lag. De Kringenwet uit 1853 bepaalde namelijk dat bij oorlogsdreiging de huizen snel moesten kunnen worden gesloopt of afgebrand, waardoor vanuit de vesting een vrij schootsveld voor de kanonnen zou ontstaan. Dit gold tot 1927. Alleen de schoorsteen en een borstwering van een halve meter hoog waren van baksteen.
De woningen werden gebouwd in opdracht van de NV Tuindorp Naarden. Karakteristiek zijn de Amsterdamse School details en een overwegend horizontale opzet. De huizen zijn per twee of drie gekoppeld waardoor ze ogen als royale landhuizen. De huizen zijn afwisselend opgetrokken in één en twee bouwlagen en hebben samengestelde, rieten schilddaken met oranje nokvorsten. De forse, gemetselde taps toelopende schoorstenen vormen belangrijke verticale elementen in de overwegend horizontale detaillering. Door de afwisseling van gepotdekseld en vlak gehouden houten schotwerk heeft Dudok een grote variatie weten te bereiken met minimale middelen. De schotten zijn afwisselend zwartgeteerd en witgeschilderd.
Voor de groeninrichting werd Dudok bijgestaan door tuinarchitect D.F. Tersteeg. “Het Tuindorp zal vooral bescheiden woningen voor den middenstand tellen,” schreef De Gooi- en Eemlander over het ontwerp, “toch zal het de prettigste en rijkste buurt van de gansche omgeving zijn, rijk aan kleuren, zon en bloementooi.”
Na een brand is in 1992 het driedubbele woonhuis op de Godelindeweg 34, 36 en de Terborchlaan 2 volledig herbouwd op basis van de originele plattegrond. Het hele complex Dudokhuizen is in 2001 aangewezen als rijksmonument.




