Dudok ontwierp de Kastanjevijver (1935) in Hilversum als een ontspanningsoord voor de wijk eromheen, waarvan hij niet de woningen maar wel het stedebouwkundig plan ontwierp. Maar het belangrijkste doel van de vijver is de opvang van regenwater, dat door de riolen in de wijk wordt aangevoerd. Vandaar dat de vijver werd aanbesteed als een ‘hemelwaterkelder’.
De vijver is rechthoekig en ligt verzonken in de wijk, omzoomd door vier straten. Het strakke, bijna strenge ontwerp van Dudok wordt alleen in het midden van een van de lange zijden onderbroken door een pompstation met terras. Vanaf dat platform kijk je in noordelijke richting uit over het wateroppervlak en naar het zuiden over een plantsoenstrook naar de heide.
De hemelwaterkelder bestaat uit een enorme betonnen bak. Als het opgevangen water een bepaald peil bereikt wordt het weggepompt naar de Gooise Vaart, tussen Hilversum en het naburige ’s-Graveland. Om de betonnen wateropvang door te laten gaan voor een aantrekkelijke vijver is het beton ommanteld met gele klinkers. “Gazons en bloemperken zullen het geheel verfraaien,” zo schreef de lokale krant De Gooi- en Eemlander bij de bekendmaking van de bouwplannen.
De krant vervolgde: “Op onze vraag waarom bij de ommanteling niet, evenals bij den vijver aan den Lorentzweg, gebruik wordt gemaakt van tegels, antwoordde de directeur van gemeentewerken ons, dat dit aanvankelijk wel de bedoeling was, doch dat de vernielzucht van de jeugd zóó groot is, dat de tegels van de trappen worden losgewerkt. Men kan wel aan het herstellen blijven, aldus de directeur.”