Begin jaren 60 werden daar een flatgebouw met negen eenheden en nog eens negen drive-inwoningen aan toegevoegd. Het flatgebouw is ontworpen door Dudok, de woningen vooral door Magnée.
De eengezinswoningen zijn niet groot, maar praktisch ingericht met de keuken aan de achterzijde en een berging in een uitbouw aan de voorkant. Ze werden voor die tijd luxe uitgevoerd met onder meer een ligbad, een ingebouwde koelkast en een schouw en vensterbanken van travertijnmarmer.
Veiligheid, beslotenheid en saamhorigheid waren de uitgangspunten bij het ontwerp van de wijk. Er was geen doorgaand verkeer, volop groen en een veilige speelruimte voor kinderen. De huizen vielen op door een uitbundig kleurgebruik in bordeauxrood, geel en blauw. De garagedeuren waren beschilderd met witte en rode blokken.
Volgens architectuurhistoricus Korine Hazelzet is het wijkje “een stedebouwkundig juweeltje van wederopbouwarchitectuur, dat bewonderaars tot uit Japan trekt”. Bieshaar heeft geen monumentale status en is door verbouwingen niet meer volledig origineel.