In 1909 kreeg Dudok zijn eerste allereerste opdracht als bouwmeester: ‘Het bouwen van een tehuis voor militairen met woning voor den huisvader’. De opdracht werd verleend door de afdeling ‘Helder’ van de Nederlandschen Militairen Bond in Den Helder.
Dudok was op dat moment nog militair. Na een opleiding tot genie-officier aan de Koninklijke Militaire Academie in Breda was hij in 1907 benoemd tot 1e luitenant bij het Regiment Genietroepen. Later werd hij overgeplaatst naar de Staf der Genie in Amsterdam, waar hij aan de slag ging met het ontwerpen van militaire gebouwen.
Over het ontwerp schreef Dudok in het Bouwkundig Weekblad (1913) dat in eerste instantie rekening moest worden gehouden met een achtergelegen kerkgebouw, reden waarom het gebouw als een poortgebouw was ontworpen. Maar toen ook het kerkterrein beschikbaar kwam voor de nieuwbouw van het tehuis ‘kon een ruimer gebouw worden ontworpen, dat tevens voor grootere bijeenkomsten, lezingen e.d.’ kon worden opengesteld.
Architectuurhistorici zijn het erover eens dat in dit eerste werk van Dudok heel duidelijk de hand van zijn inspirator Berlage te zien was: zowel in materiaalgebruik als in gevelcompositie sloot het gebouw aan bij Berlage’s gebouw voor de Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond (De Burcht van Berlage) uit 1900. Om de ‘sobere’ baksteengevel te verlevendigen had Dudok kleine versieringen van rode siersteen en een ‘weinig zandsteen’ toegepast.
Drie terugspringende rondboogramen op de eerste verdieping gaven licht aan de erachter gelegen verenigingszaal. Verder waren op de begane grond een conversatiezaal en een leeszaal geplaatst, die beide vanuit eenzelfde buffet konden worden bediend. Een kleine binnenplaats gaf licht aan de provisiekamer, het toilet en de keuken van de woning van de conciërge.
Zowel de conversatiezaal als de verenigingszaal kreeg een schuifwand die de ruimte in tweeën kon delen. De zolderverdieping huisvestte enkele logeerkamertjes.
Het tehuis heeft de zware bombardementen op Den Helder tijdens de oorlog overleefd, maar is later alsnog gesloopt.