
“Een symfonie van steen, glas en staal.” Zo beschreef het Groninger Dagblad het Noorder Sanatorium in Zuidlaren, vlak voor de opening in 1935. Het is het meesterwerk van de Groningse architect Egbert Reitsma (1892-1976), die daarvoor vooral furore had gemaakt als kerkenbouwer. Het Blauwe Paviljoen, zoals het in de volksmond werd genoemd, is een opvallend modernistisch ontwerp, waarin Reitsma elementen van de Amsterdamse School en het Nieuwe Bouwen verenigde met de vormentaal van Dudok.
Egbert Reitsma is een grote naam in het noorden des lands, waar hij vrijwel zijn hele leven heeft gewoond en gewerkt. Hij bouwde er een groot aantal Gereformeerde kerken, waarvan de meeste de tand des tijds glansrijk hebben doorstaan. Maar ook tientallen bijzondere villa’s, landhuizen, winkels en bedrijfspanden. Toch is hij buiten de regio niet zo bekend geworden. Reitsma publiceerde niet; hij wilde vooral bouwen. Bovendien heeft de kerkelijke bouwkunst altijd een bescheiden rol gespeeld in de moderne architectuurgeschiedenis.
Reitsma is opgeleid door zijn vader, een succesvol architect-aannemer van boerderijen, kerken en woonhuizen, en de Groningse architect L. Drewes. In 1910 werd hij medewerker van de Hilversumse architect Jacob London (1872-1953), die hem ook de liefde voor de schilderkunst bijbracht. In 1917 ging hij werken voor de Rotterdamse architect Willem Kromhout (1864-1940), destijds een van de toonaangevende bouwmeesters van Nederland. Kromhout zag de architect vooral als kunstenaar, een opvatting die Reitsma van hem overnam. In 1920 keerde Reitsma terug naar Groningen, waar hij zich vestigde als zelfstandig architect en zich aansloot bij de kunstenaarsvereniging De Ploeg.
In zijn vroege jaren was Reitsma vooral geïnspireerd door de baksteenarchitectuur van de Amsterdamse School. De baksteen werd ook Reitsma’s handelsmerk, maar wel in een eigen stijl: hij maakte veelvuldig gebruik van ’mondsteen’, grillig gevormde en donkere bakstenen die eigenlijk misbaksels zijn die te dicht bij het vuur hebben gelegen. Ook werden zijn bouwwerken vaak verrijkt met beeldhouwwerken uit baksteen, die Reitsma zelf ter plekke vervaardigde.

Vanaf eind jaren ’20 vertonen Reitsma’s werken trekken die aan Dudok doen denken, zoals het ontwerp voor een garagebedrijf (1928) in Groningen, sterk kubisch van opbouw, en de Pelikaankerk in Leeuwarden (1932), ook een bouwwerk van in elkaar grijpende rechthoekige volumes met een stoere toren zonder spits. Maar nergens is de associatie met het werk van Dudok zo sterk als bij het Noorder Sanatorium in Zuidlaren.
In de jaren ’30 van de vorige eeuw stond de psychiatrie nog in de kinderschoenen. Ernstig zieke psychiatrische patiënten werden met een rechtelijke machtiging opgesloten in een krankzinnigengesticht. Een behandeling was er niet. Maar er waren ook geesteszieke mensen die zich vrijwillig lieten opnemen, in de hoop op genezing. Voor hen waren frisse lucht, veel daglicht en gesprekken de enige beschikbare vorm van therapie. En voor deze groep patiënten liet het krankzinnigengesticht Dennenoord een nieuw paviljoen bouwen, het Noorder Sanatorium. De opdracht voor het ontwerp ging naar Egbert Reitsma.
Reitsma probeerde verschillende stijlen uit, voor hij tot zijn definitieve ontwerp kwam. De evenwichtige en zakelijke vormentaal van Dudok sloot uiteindelijk het beste aan bij de behoefte aan rust van de patiënten.
Het hoofdgebouw staat centraal en geeft hoogte aan het complex. Het bestaat uit blokvormige elementen en herbergt de medische en verpleegkundige staf en voorzieningen. Vanaf de zijkant is goed te zien dat het achterste, glazen deel van de toren lijkt te worden opgestuwd door de blokken aan de voorkant. De glazen achterzijde doet sterk denken aan het trappenhuis van Dudoks Vondelschool in Hilversum.
De vier vleugels vanuit het hoofdgebouw zijn twee verdiepingen hoog en herbergen de patiëntenvertrekken. Het contrast tussen het bakstenen torengebouw en de rijkelijk met ramen beklede vleugels is groot. Hier zijn de elementen van de Amsterdamse School en het Nieuwe Bouwen geïntegreerd.
De vleugels zijn zo geplaatst dat ze maximaal van het zonlicht profiteren. De voorste vleugels waren voor de ‘rustige’ patiënten. Aan de ene kant mannen, aan de andere kant vrouwen. Aan de achterkant verbleven de onrustige patiënten. Daar waren ook de isoleercellen.
Het complex is opgetrokken uit lichtgele, handgemaakte stenen in het platte Dudokformaat, maar wel ruwer. Ook het metselwerk in kettingverband is dudokiaans, evenals de donkere plint van de vleugels. De lintvoegen zijn breed, de stootvoegen smal. Dat versterkt het horizontale karakter van de vleugels.
De stalen raamkozijnen in het hoofdgebouw zijn blauw, evenals de ultramarijn betegelde penanten aan de voorgevel van het gebouw die de bijnaam ‘Het Blauwe Paviljoen’ hebben opgeleverd. Het interieur van het hoofdgebouw heeft een lambrisering van geaderd marmer boven een zwarte plint, net als de trappenhuizen in Dudoks Raadhuis en Bijenkorf.
Los van het complex ontwierp Reitsma ook een vrijstaande woning voor de geneesheerdirecteur. Die bestaat uit in elkaar geschoven blokvormige volumes, eveneens in gele steen. Boven de haard in de woonkamer heeft Reitsma een wandje met goudkleurige tegels bedacht, een rechtstreekse verwijzing naar de raadszaal van het Hilversumse Raadhuis. Alsof het nog nodig was om het laatste spoortje van twijfel over deze Inspired-By weg te poetsen.
Met dank aan Gerrit Korenberg, Monumenten Adviesbureau








Bronnen
Het Noorder Sanatorium te Zuidlaren. Geschiedenis en architectuur van een psychiatrisch monument. Jan Hein Furnée en dr. Jan. H.G. Jonkman, Zuidlaren, 1994
Egbert Reitsma (1892-1976), Meester in baksteen. Kees van der Ploeg en Teo Krijgsman. Noordboek, 2014