
De Portugese architect Francisco Keil do Amaral (1910 – 1975) had naar eigen zeggen twee grote inspirators: zijn landgenoot en leermeester Carlos Ramos (1897 – 1969), die hem het modernisme en functionalisme bijbracht, en Willem Marinus Dudok. Van hem leerde hij “plannen en bouwen voor het geluk en welzijn van de gewone man”, zo verklaarde de Portugees later.
Keil do Amaral begon in 1930 aan de opleiding Architectuur op de School voor de Schone Kunsten in Lissabon. Lang hield hij het daar niet vol. Na een conflict met een van zijn professoren werd hij van school gestuurd. Hij maakte de opleiding af als externe student en als leerling van Carlos Ramos, destijds een grote naam in Portugal. Zijn talent werd al snel duidelijk. Toen hij 26 jaar oud was won hij een prijsvraag voor het ontwerp van het Portugese paviljoen op de Wereldtentoonstelling in Parijs, in 1937.
Om de bouw van het paviljoen te begeleiden vertrok Keil do Amaral voor een jaar naar Parijs. Daar vandaan reisde hij ook naar andere Europese landen, op zoek naar de moderne Europese architectuur. In 1937 bracht hij geruime tijd door in Nederland, waar hij diep werd geraakt door de werken van Dudok (die hij in zijn geschriften overigens consequent Dudock noemde) en andere tijdgenoten in Nederland, zoals Oud en Wils.
Enkele jaren later, in 1942, publiceerde Keil do Amaral het boekje A Moderna Arqitectura Holandesa, de moderne Nederlandse architectuur; een persoonlijk verslag van zijn reizen door Nederland en een lofzang op de Nederlandse stedenbouw en architectuur. Op een regenachtige dag in Hilversum, zo schreef hij, besloot hij een taxi te nemen om alle scholen van Dudok te bezoeken. Hij sprak geen Nederlands maar de woorden ‘school’ en ‘Dudok’ waren genoeg voor de taxichauffeur, die hem trots door Hilversum loodste. Toen Keil do Amaral de chauffeur erop wees dat hij een Dudok-achtige school voorbijreed zei deze: Nee, dat is geen Dudok. Zoveel kennis van een taxichauffeur verbaasde de Portugees zeer, tot hij zich realiseerde dat collega’s uit de hele wereld naar Hilversum kwamen om de scholen van Dudok te bekijken. Dagelijks werk voor de chauffeur.

Op de foto zit de jonge Portugese bouwmeester op een muurtje voor de Julianaschool in Hilversum, die tien jaar eerder geopend was.
De bewondering voor Dudok sijpelt door in enkele vroege werken van Keil do Amaral. Een mooi voorbeeld is de school die hij bouwde op het terrein van de Secil-fabriek in Setúbal. Van de school zijn nu slechts twee kleine en vage fotootjes te vinden, plus een perspectieftekening, door de architect zelf gesigneerd. Ook het treinstation Bélem en het oorspronkelijke luchthavengebouw van Lissabon (1942) worden beschouwd als ontwerpen in de geest van Dudok.
In de jaren 40 en 50 was Keil do Amaral stadsarchitect van Lissabon. In die rol was hij verantwoordelijk voor het ontwerp en de bouw van grote publieke werken, waaronder een aantal prachtige parken. In die jaren van militaire dictatuur, tot aan de Anjerrevolutie van 1968, lukte het Keil do Amaral als architect zijn eigen weg te gaan. Als alternatief voor enerzijds de smaak van het regime en anderzijds nieuwe stromingen in de internationale architectuur ontwikkelde hij zijn ‘derde weg’, die hem veel waardering bracht. Tot zijn latere werken behoren onder meer bekroonde eengezinswoningen in Lissabon, vrijstaande huizen, winkelcentra, het zwembad Campo Grande (1963) in Lissabon en een stadion in Bagdad (1967).
Bronnen:
A Moderna Arqitectura Holandesa, Keil do Amaral
Keil do Amaral, O arquitecto de Lisboa, Alexandre Pomar
Revisitar Keil do Amaral nos cem anos do seu nascimento, Adelino Gomes, Publico
Francisco Keil do Amaral, UrbiPedia Archivo de Arquitectura
Francisco Keil do Amaral, Wikipedia
![]()