Stedelijk Gymnasium, Utrecht (1932)

Logo InspiredByDudok

Niet alle gemeentearchitecten kregen in het interbellum de aandacht die ze verdienden. Als je wat lager in de hiërarchie stond kon het zomaar gebeuren dat jouw ontwerpen op naam van de Gemeentelijke Dienst kwamen te staan. Dat overkwam ook Jan Izak Planjer (1891-1966). Maar met wat geluk en voldoende uithoudingsvermogen was het mogelijk om zelf carrière te maken en Planjer had dat geluk én uithoudingsvermogen. In 1919 kwam hij in tijdelijke dienst bij Openbare Werken in Utrecht. Als bouwkundig ingenieur kreeg hij de positie van architect eerste klasse, en in 1920 volgde een vaste aanstelling. Eenmaal werkzaam bij de gemeente Utrecht ging hij daar niet meer weg.  

Volgens Bettina van Santen, architectuurhistoricus bij de gemeente Utrecht, had Planjer een behoorlijk aandeel in de vele ontwerpen van de Dienst Openbare Werken. Dat is gebleken uit onderzoek in archiefstukken en soms uit ondertekeningen. Van Santen stelt dat bijna alle openbare scholen die in de jaren twintig en dertig in Utrecht werden gebouwd, door Planjer zijn ontworpen.  Zijn scholen vertonen duidelijke invloeden van de Amsterdamse School, de Nieuwe Zakelijkheid en het oeuvre van Dudok, aldus Van Santen. 

Dat zijn Hilversumse collega en tijdgenoot voor Planjer een inspiratiebron was, is goed zichtbaar in het fraaie ontwerp van het Stedelijk Gymnasium aan de Homeruslaan uit 1932. De in elkaar geschoven volumes rond een centraal glazen trappenhuis, geflankeerd door een kloeke toren (die in tegenstelling tot die van het Raadhuis vierkant is) zijn misschien niet uniek voor Dudok, maar wel duidelijk herkenbare elementen in zijn handschrift. Ook de gele baksteen met de ‘Dudokvoeg’, overstekende platte daken en de stalen ramen doen sterk denken aan Dudoks meesterwerk dat een jaar eerder werd voltooid dan het gymnasium. 

Een geheel eigen uitwerking gaf Planjer aan de dubbele gymzaal (een voor de jongens en een voor de meisjes) van het gymnasium. Over de gehele hoogte en breedte van beide zalen bracht hij een enorme glazen schuifwand aan, wat deed denken aan de destijds moderne openluchtscholen. Door latere wijzigingen is deze ‘licht, lucht en ruimte’-toepassing nu niet goed meer herkenbaar in het ontwerp. 

Net als Dudok ontwierp Planjer voor zijn gemeente gebouwen zoals openbare scholen en politiebureaus, maar ook bruggen en straatmeubilair. Het nabijgelegen Hilversum en de altijd gastvrije Hilversumse gemeentearchitect waren goed bereikbaar voor de Utrechter. En toen de Vereeniging van Gemeentelijke Bouwtechnische Hoofdambtenaren in 1923 haar voorjaarsvergadering in Hilversum hield en daar door Dudok werd rondgeleid, was Planjer ook van de partij.  

Na de oorlog werd Planjer bevorderd tot directeur Openbare Werken. Van ontwerpen kwam het toen niet meer. Bij zijn pensionering in 1956 werd hij vanwege zijn inzet voor de Dienst benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau. Daarna raakte hij in de vergetelheid. Maar tegenwoordig kennen we hem weer, onder andere als architect van het Louis Hartloopercomplex aan de Tolsteeg, het voormalige politiebureau dat een kleine twintig jaar geleden is herbestemd als bioscoop en nu een hotspot is voor de liefhebber van arthouse films. Én niet in de laatste plaats vanwege het voormalige Stedelijk Gymnasium (tegenwoordig in gebruik als basisschool De Odyssee), dat onlangs nog ruim aandacht kreeg in het prachtige boek Vergeten Gebouwen in Utrecht 1850-1940 van Arjen Den Boer, kunsthistoricus en publicist over architectuur. Zo staat de bescheiden gemeentearchitect weer volop in de belangstelling, Inspired By Dudok. 

Bronnen:
Bettina van Santen, ‘Architect Planjer. Johan Izak Planjer (1891-1966)’, GM kwadraat 3 (2007). 

(Met dank aan Arjan den Boer, DUIC. Foto’s: Arjan den Boer, Het Utrechts Archief. Alle rechten voorbehouden)