Het Vlietermonument wordt weer rank & strak
Toen Dudok in 1932 werd gevraagd het monument op de Afsluitdijk te ontwerpen, beeldde hij zich in hoe het eruit zou moeten zien als je over die lange, kaarsrechte weg kwam aanrijden: “De situatie stelt bijzondere eisen aan het zijaanzicht. (…) Hoe maakt het zich los uit het dijkprofiel, en hoe tekent het zichzelf af tegen de lucht? De silhouetwerking is het essentiële.”
door Peter Veenendaal
De grote beurt voor het Vlietermonument, zoals het officieel heet, is onderdeel van een enorm meerjarenproject waarbij de Afsluitdijk zelf wordt versterkt om stijging van de zeespiegel te weerstaan, in opdracht van Rijkswaterstaat. Architect is Paul de Ruiter. Hij tekende ook voor de forse uitbreiding van het monument met glazen vleugels aan weerszijden, onzichtbaar vanaf de snelweg om het silhouet in stand te houden. Het oorspronkelijke deel van het monument bestaat uit de toren, de trappen, het terras en een berging, die later werd omgebouwd tot lunchroom met souvenirshop. Dat deel wordt weer teruggebracht in de staat waarin het monument in 1933 werd opgeleverd, als geschenk van de bouwers van de Afsluitdijk aan de bevolking.
Sober en eenvoudig
Restauratiearchitect Jan Willem Walraad is speciaal voor dit deel van het project aangetrokken. Hij heeft veel waardering voor Dudoks ontwerp: “Ik hou van de onherroepelijkheid waarmee Dudok een statement maakt. Hij wilde een monument maken dat sober en eenvoudig is. En hij moest werken met beperkte middelen en restmaterialen. Maar hij wilde niet de neerslachtigheid van de crisistijd laten doorklinken. Dus het moest simpel. En dan toch iets met zoveel glamour neerzetten, dat vind ik bijzonder.”
Dudok zelf noemde het monument bij de officiële opening ‘een herinnering aan een uiting tot levenswil van een krachtig, levend volk’. Jan Willem Walraad: “Hij heeft het lef gehad om te zeggen: Weet je wat, we maken die bordessen gewoon zo dun als het maar kan. En daar doen we dunne laagjes natuursteen overheen. Die rankheid, die scherpte heeft het gewoon als je naar de oude foto’s kijkt. Maar die was wel wat verloren gegaan. Dus daar wilden we naar terug.”
Het monument bestaat grotendeels uit gewapend beton. Oorspronkelijk zat daar tintocrete overheen, een dunne verf die het uiterlijk van het beton zichtbaar laat, maar wel kleur geeft. Walraad: “Dat is er na verloop van tijd afgehaald en toen is er een stuclaag overheen gezet. Dat maakte dat hele gebouw helaas wat dikker, en ging ten koste van details. Wij wilden dat stucwerk er weer afhalen. Toen bleek dat we ook nogal wat schade moesten herstellen die was ontstaan door het gebruik van epoxyhars. Dat zorgde voor roestvorming in de wapening. Dus we hebben nu meer betonwerk dan we gedacht hadden. Gelukkig hebben we wel een goede vervanger voor dat tintocrete gevonden. Dus we proberen schatplichtig aan Dudok te blijven door er een heel dun laagje over te smeren, zodat het niet meer zo’n vettig gebouw wordt.”
Schatplichtig aan Dudok
De rest van het bouwwerk is volgens Walraad nog vrij goed. De grote berging of serviceruimte aan de voet van het monument is in de jaren 50 door Dudok verbouwd tot een lunchroom met een souvenirshop. Die kon de 300.000 bezoekers per jaar al lang niet meer verwerken en het interieur is nu verwijderd, inclusief het verlaagd plafond van asbest. Wat overblijft is een hoge, lege industriële ruimte die straks de verbinding vormt tussen de twee nieuwe glazen vleugels die horeca, keuken, toiletten en vergaderruimte gaan herbergen. Ook de trap uit de toren komt met een stalen verlengstuk in de ruimte uit.
Walraad: “Dat is echt een transitpunt en daar willen we een expositieruimte van maken. Het is 8 bij 8, dus het wordt geen Rijksmuseum. Maar je moet straks wel iets te kijken hebben als je je broodje kroket opeet. Bijvoorbeeld een dependance van de Waddenexpo op Kornwerderzand. Of wisselende tentoonstellingen over Dudok of over de Afsluitdijk. We willen dat mensen straks even geraakt worden door de plek waar ze zijn en de betekenis daarvan in de Nederlandse geschiedenis.”
De originele tegels op de vloer van de oude lunchroom hebben de tand des tijds niet doorstaan. Ook de tegels op de trappen zijn ooit vervangen door donkere natuursteen. “Dudok heeft daarvoor tegels laten maken die heel erg lijken op die in het Raadhuis van Hilversum,” zegt Walraad. “Dat gaan we allemaal weer terugbrengen. We hebben kleurenfoto’s van toen en we hebben ook een ongelooflijk goede documentatieset van Dudok, dus we kunnen alles tot in detail laten namaken door een gespecialiseerd bedrijf in Friesland. De tegels op de bordessen liggen onder een stuclaag. Die gaan we proberen vrij te hakken. En anders komen ook daar nieuwe replicategels op.”
De relingen langs de uitkijkpunten worden in originele staat teruggebracht met speciale verf of chroom. Teakhouten deuren, hardhouten bankjes, twee tegelvelden aan de wegkant, vrijwel alles wat ooit verdwenen is komt weer terug. De hele restauratie wordt uitgevoerd door Koninklijke Woudenberg, gespecialiseerd in dit soort projecten.
Verrommeling strakgetrokken
De verrommeling rondom het monument die de afgelopen 90 jaar was opgerukt, van vuilnisbakken tot parkeerpalen, reclameborden, generatorgebouw en voetgangersbrug, wordt strakgetrokken. Het monument wordt zelfvoorzienend met water en energie. De loopbrug is verplaatst en staat nu buiten de directe omgeving van het monument.
“Het koperen dakje op de toren hebben we helaas moeten slopen,” zegt Walraad. “Het beton onder het dak was te ernstig aangetast. Maar het nieuwe koperwerk wordt pas over een jaar of 20 weer mooi groen. Dus we moeten voorlopig tegen een roodkoperen dak aankijken, helaas.”
Walraad is niet bang dat de glazen nieuwbouw straks afbreuk doet aan het monumentale deel. “Ik zie het als een omarmende beweging naar het monument toe. Waar het monument ervoor kiest om tegenover die hele vlakke dijk een signaal naar boven te geven, doet Paul de Ruiter dat omarmende met die glaspuien. Dus dat vind ik er heel goed aan. Ik heb er alle vertrouwen in dat dit straks een heel goede plek is om te verblijven. En dat de omgeving een mooie en veilige openbare ruimte wordt, zodat bezoekers zich daarnaar gedragen. Het goede gebruik van het monument, dat is toch uiteindelijk wat de duurzame instandhouding bepaalt.”
En Dudok? Wat zou die ervan gevonden hebben? Walraad: “Het was geen gemakkelijke man. Ik denk dat het hem wel geïrriteerd zou hebben dat we aan zijn werk zitten. Maar als we met elkaar een goede waardenset zouden vinden zouden we daar wel een volwassen gesprek over kunnen hebben. En hij zou het erg waarderen dat er door al die vakmensen met zoveel liefde aan wordt gewerkt.”