Pal naast begraafplaats Westerveld in Driehuis, net over de spoorlijn die erlangs loopt, bouwde Dudok in de jaren 1936-1941 een fraaie ontvangstruimte met kantoor en directeurswoning. De drie delen hebben verschillende hoogten en staan gegroepeerd rond de oprijlaan en de voortuin.
Tussen de ontvangstzaal en de kantoren bevindt zich de entreehal. In de hoge hal volgt een trap de gebogen achtermuur naar de bovenverdieping. De metalen trapleuning is zo doorzichtig mogelijk gehouden. Een hoog, rond raam laat het zonlicht in de loop van de dag langs de ronde achterwand van de entreehal glijden.
De directeurswoning staat haaks op het kantoorgebouw en heeft een eigen entree. De drie delen zijn opgetrokken uit witgeschilderde baksteen, boven een zwarte plint. Alledrie zijn ze gedekt met een lessenaarsdak. Het overstekende dakdeel aan de voorzijde wordt langs de gevel van de ontvangstzaal door ranke witte kolommen ondersteund.
De eerste ontwerpen van het gebouw dateren van 1936. Na een aantal aanpassingen kon in 1939 worden begonnen met de bouw. Die verliep traag door het uitbreken van de oorlog, waardoor de aanvoer van bouwmaterialen lang duurde. In 1941 werden het gebouw en de woning in gebruik genomen.







