In het begin van de vorige eeuw waren besmettelijke ziekten geen uitzondering in Nederland. Cholera, difterie, mazelen, tyfus, roodvonk, schurft en de bekende Spaanse griep zorgden voor veel leed. Daarom opende Hilversum in 1907 een “inrichting voor lijders aan besmettelijke ziekten”: verpleeghuis De Orchidee. Het werd ontworpen door gemeentearchitect P. Andriessen, Dudoks voorganger.
Het complex bestond oorspronkelijk uit twee barakken voor de zieken, een observatiebarak en een directeurswoning met kantoor. In 1919 werd het complex uitgebreid met een ontsmettingsgebouw, waar ontsmettende baden konden worden genomen, en een transformatorgebouwtje. Deze werden ontworpen door Dudok, op dat moment directeur Publieke Werken. De uitvoering was veel soberder dan die van de oudere gebouwen.
Het ontsmettingshuisje is rechthoekig, symmetrisch en heeft een zadeldak. De voorgevel telt twee deuren. De besmette patiënten gingen door de linkerdeur naar binnen en kwamen later ontsmet door de andere deur naar buiten. Dagblad de Gooi- en Eemlander: “In het gebouwtje wachtten de zieke Hilversummers geduldig in de speciale ‘besmette wachtkamer’ tot ze een ontsmettend bad kregen. Vervolgens schoven ze door naar de kleedkamer om tot slot in de wachtkamer te eindigen, in de hoop dat ze niet langer een besmettingsgevaar voor anderen zouden opleveren.”
Het verpleeghuis werd in 1980 gesloten. De gebouwen kregen een nieuwe bestemming als kantoor of appartement. Tussen 2011 en 2020 werd het voormalige complex van De Orchidee deels gesloopt en herontwikkeld tot 30 appartementen voor starters, waarvan een deel nieuwbouw.
Het ontsmettingsgebouwtje is begin 2021 opgeknapt en kreeg onder meer een nieuw dak. Het is een gemeentelijk monument, eigendom van de gemeente. Er wordt nog gezocht naar een nieuwe bestemming voor het huisje, dat nu aan drie kanten is ingesloten door bomen. Het transformatorgebouw is niet meer terug te vinden en is dus kennelijk op enig moment gesloopt.