In juni 1937 bereikte de gemeente Hilversum overeenstemming met mevrouw P.J. Waller-de Kock over de overname van een stuk grond voor de aanleg van een hertenkamp. Dat gebeurde tegen zeer geringe kosten en deels gratis, zo berichtte de lokale krant de Gooi- en Eemlander. Maar wel op voorwaarde dat haar vrije uitzicht naar Laren gehandhaafd bleef.
In een zogeheten servituut werd voor eeuwig vastgelegd dat het terrein uitsluitend als park of hertenkamp mocht worden ingericht. De hertenkamp werd in 1939 aangelegd als werkverschaffingsproject. Na kritiek van de rijksoverheid dat de geplande hertenkamp wel wat aan de kleine kant was heeft de gemeente meer grond aangekocht, waardoor financiële steun van het rijk veilig werd gesteld. Ook de provincie was bereid een bijdrage te verstrekken, zodat de gemeente uiteindelijk maar een derde van de aanleg- en arbeidskosten hoefde te betalen.
Oorspronkelijk werd een eenvoudig hertenverblijf aangelegd, dat later werd vervangen door een stal naar een ontwerp van stadsarchitect Dudok. Het ronde raam, de donkere plint en het overstekende rieten zadeldak verraden het handschrift van de stadsarchitect.
Wat in 1939 begon met drie hertjes is inmiddels uitgegroeid tot een uitgebreide kinder- en zorgboerderij, waar ook mensen met een beperking werken. Meer over de geschiedenis van de hertenkamp is te lezen op de website van de Hilversumse buurtvereniging Trompenberg-Oost.