
“Tal van moeilijkheden heeft men moeten overwinnen. Allereerst omdat er zoo’n buitengewoon groote school gebouwd moest worden en vervolgens omdat het terrein nogal bezwaren meebracht”, zo meldde de Arnhemsche Courant op 30 augustus 1932 over het nieuwe schoolgebouw aan de Heselbergherweg. De man die al die moeilijkheden overwon was Johannes van Biesen (1892-1968), technisch-ambtenaar 1e klasse bij de Dienst Gemeentewerken van Arnhem.
In de nieuwe school werd al het Arnhemse ULO-onderwijs geconcentreerd. De Centrale ULO school no. 8 omvatte 18 leslokalen, teken-, natuurkunde- en handenarbeidlokalen, een gymnastiekzaal, speelterrein, schooltuin en een plantsoen. Onder de gymzaal was een fietsenstalling aangelegd voor 180 fietsen. De school bood plaats aan 540 leerlingen, bij de opening op 1 september 1932 waren er al 482 leerlingen ingeschreven.
In de monografie die in 1999 over Van Biesen is verschenen valt te lezen dat hij geen vernieuwer was, maar op eigen wijze bekende voorbeelden van de nieuwe stijlen uit de periode 1920-1960 ‘citeerde’. Dat blijkt ook uit de beschrijving door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Die noemt de school “sterk beïnvloed door de architectuur van Dudok, met name diens scholen in Hilversum uit het interbellum”.
En inderdaad. Het bekende Dudok-idioom is onmiskenbaar aanwezig in de Centrale ULO school no. 8. Zeer herkenbaar zijn het halfronde trappenhuis, de breed overstekende kappen en de afwisselende hoogtes van de verschillende bouwdelen. Maar ook de enorme horizontaliteit die het gebouw uitstraalt, de smalle gele baksteen en de rode pannendaken zijn alle verwijzingen naar de scholen van de Hilversumse gemeentearchitect.
Van Biesen kende de architectuur van Dudok goed. De publicaties in de vaktijdschriften van het werk van de Hilversumse architect waren niet te missen voor een actieve gemeenteambtenaar, belast met een enorme hoeveelheid nieuwe bouwwerken. Bovendien waren zowel Van Biesen als Dudok lid van het Genootschap Architectura et Amicitiae, de vereniging van architecten die regelmatig bijeenkomsten organiseerde en waar informatie over de bouwkunst werd uitgewisseld.
Van Biesen was afkomstig uit Amsterdam, waar hij in 1915 afstudeerde aan de teken- en kunstnijverheidsopleiding van de Quelliniusschool. Een aantal jaren werkte hij vervolgens op het architectenbureau van Heineke en Kuipers in de hoofdstad, waar de Amsterdamse Schoolstijl hoogtij vierde. In 1920 verhuisde hij naar Arnhem waar hij werk kreeg bij de Dienst Gemeentewerken. Samen met zijn collega Hendrik Barend van Broekhuizen (1889-1948), adjunct-directeur van de Dienst, was Van Biesen belast met de bouw van scholen in de Gelderse hoofdstad. Beide ontwierpen in de stijl van de Amsterdamse School, maar allengs deed de invloed van Dudok zich in hun scholen gelden.
Van Broekhuizens Openbare Lagere school no. 4 uit 1928-1929 aan de Bronbeeklaan vertoont, mede door de enorme rieten kap veel overeenkomst met de drie jaar eerder gerealiseerde Fabritiusschool van Dudok. Saillant detail: twintig jaar na de Fabritiusschool brandde ook Openbare Lagere school no. 4 volledig af, en werd enkele jaren later – ook net als de Fabritiusschool – in oorspronkelijke vorm herbouwd.
Na het vertrek van zijn collega werd Van Biesen in 1934 alleen verantwoordelijk voor de scholenbouw in de stad aan de Rijn. De Dudokiaanse elementen verdwenen langzaam uit zijn scholenrepertoire. Na een dienstverband van bijna 40 jaar pensioneerde hij in 1957 bij de gemeentelijke dienst. De Centrale ULO-school werd in 2013 herbestemd tot een appartementencomplex onder de naam Paleis op de Heuvel. Braaksma & Roos architecten, die de herbestemming uitvoerden, werden hiervoor beloond met de Willem Diehlprijs 2013, een tweejaarlijkse prijs voor het beste restauratieproject in Arnhem.
Bronnen:
Arnhemsche Courant, 30 augustus 1932.
Arnhemsche Courant, 1 september 1932.
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Omschrijving monumentnummer 516880.
J. Vredenberg, Johannes van Biesen. Architect van de Gemeente Arnhem, Utrecht 1999.












