Frankrijk: een echte ‘Dudok’ maar weinig navolging
Frankrijk is het enige andere land in Europa waar Dudok zelf heeft mogen bouwen. Zijn Collège Néerlandais uit 1938 staat te pronken op de internationale universiteitscampus van Parijs. In 1966 ontving Dudok in Parijs de gouden medaille van de Académie d’Architecture voor zijn grote invloed op de bouwkunst in Europa. Toch heeft Dudok in Frankrijk niet zo veel navolging gekregen.
Pagina’s uit het speciale Dudok-nummer van l’Architecture d’Aujourd’hui van maart 1932.
Het beste voorbeeld van navolging is het elders in dit hoofdstuk besproken stadhuis van Cachan van het architectenduo Jean Baptiste Mathon en Joannès Chollet. Hun inspiratiebron was het Hilversumse Raadhuis van Dudok. Ook Villa Cavrois van Robert Mallet-Stevens is een bekend voorbeeld.
Wie echter zoekt naar Dudoks navolging in Frankrijk, vindt geen brede school, geen beweging en geen generatie Franse architecten die zich openlijk “dudokiaans” noemde. Dudok was in Frankrijk vooral aantrekkelijk voor architecten die wél modern wilden zijn, maar zich niet volledig wilden onderwerpen aan het dogma van pure modernisten als Le Corbusier. Net als in Groot-Brittannië.
Het oeuvre van Dudok was in de jaren 30 goed bekend in Frankrijk. Het toonaangevende vakblad l‘Architecture d’Aujourd’hui publiceerde in maart 1932 een nummer dat grotendeels aan de Hilversumse bouwmeester was gewijd. In maar liefst 25 rijk geïllustreerde pagina’s beschreef het blad de belangrijkste werken van Dudok onder de korte, maar doeltreffende kop DUDOK, architecte.
Bruikbare mengvorm
Dudoks kracht lag in een moeilijk te kopiëren combinatie: moderne compositie, warme baksteenarchitectuur, stedelijke monumentaliteit en een sterk gevoel voor silhouet. Zijn gebouwen waren functioneel, maar nooit kaal. Juist die mengvorm maakte hem in Frankrijk bruikbaar. Het Franse interbellum kende naast de radicale avant-garde ook een brede stroom van gematigd modernisme: representatief, openbaar, vaak baksteenachtig of natuursteenachtig, en niet afkerig van monumentaliteit.
Gedeelde inspiratiebronnen
Toch moet die invloed voorzichtig worden omschreven. Bij sommige Franse gebouwen is de relatie hard te maken, bijvoorbeeld waar architecten of opdrachtgevers Hilversum bezochten of waar lokale bronnen de verwijzing expliciet noemen. Bij andere gebouwen gaat het eerder om verwantschap: dezelfde voorkeur voor horizontale massa’s, expressieve torens, baksteen en plastische volumewerking. Dudok deelde inspiratiebronnen met Franse tijdgenoten: Frank Lloyd Wright, Berlage, De Stijl, Amsterdamse School, zakelijk expressionisme en art deco. Wat op Dudok lijkt, kan dus ook uit hetzelfde internationale klimaat voortkomen.
Zijn betekenis in Frankrijk was daarom niet die van leermeester, maar van alternatief model. Dudoks eigen Collège néerlandais in Parijs bevestigde eerder zijn internationale status dan dat het een Franse school voortbracht.