Gerelateerde artikelen
België: architectuurbedevaarten naar Dudok in Hilversum
Hoofdredacteur P.L. Flouquet van het Belgische architectuurtijdschrift Bâtir stelde in 1934 voor de Prix de Rome te vervangen door een Prix de Néerlande. De prijs moest bestaan uit een studiereis naar het “land van goede architectuur”, zo stelde hij voor in een lovend artikel over Nederland. Een overbodige aanmoeding, want ook zonder de voorgestelde prijs van Flouquet wisten de Belgische architecten de Nederlandse architectuur prima te vinden. Vooral de architectuur van Dudok. Niet voor niets prijkte op het omslag van Bâtir een foto van het Raadhuis van Hilversum.
door Joke Reichardt
Die belangstelling voor de noorderbuur begon na de Eerste Wereldoorlog. Architecten die naar Nederland waren gevlucht namen hun kennis van de Nederlandse architectuur mee terug naar België. Een groep – vooral Vlaamse – architecten bleef de ontwikkelingen volgen en ook navolgen. Net als in Groot-Brittannië sprak het gematigde modernisme, het romantische kubisme van Dudok, de architecten en hun opdrachtgevers aan. Ook de Vlaamse overheid, die lang had vastgehouden aan de meer traditionele en art-decoarchitectuur, verstrekte vanaf eind jaren twintig opdrachten aan de moderne(re) architecten. Dudoks kubistische asymmetrische baksteenarchitectuur vormde een “optimaal huwelijk tussen het traditioneel gebruik van bakstenen en de moderniteit”, stelt vooraanstaand architectuurkenner Marc Dubois, die veel heeft geschreven over de invloed van de Nederlandse architectuur op de Vlaamse architecten van het interbellum. Vooral in Vlaanderen vinden we de nodige woningen, scholen, kantoren en zelfs een brandweerkazerne in de trant van de Hilversumse gemeentearchitect.
Tijdschriften als Bâtir, Le Cité en Tekhné speelden een belangrijke rol door met regelmaat aandacht te besteden aan de Nederlandse, én Hilversumse architectuur. Maar ook het Nederlandse tijdschrift Wendingen werd in België goed gelezen. Nadat in 1924 de eerste ontwerpen van het Hilversumse Raadhuis in dit blad waren gepubliceerd, leidde dat (ook) in Vlaanderen tot de nodige ontwerpen in ‘Raadhuisstijl’.
Reizen naar het noorden
Minstens zo belangrijk waren de reizen die de architecten en soms ook hun opdrachtgevers naar het noorden maakten. Ze waren een bron van informatie én inspiratie. Nederland was niet ver weg en zelfs per fiets te bereiken: in 1929 fietste de toen negentienjarige Renaat Braem (1910-2001), één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de naoorlogse architectuur in België, met zijn vader naar (onder andere) het in aanbouw zijnde Raadhuis van Dudok. En ook Gaston Eysselinck (1907-1953), toonaangevend architect tijdens het interbellum, fietste in 1927 op jonge leeftijd met een aantal medestudenten naar Hilversum. Tekeningen en foto’s van Dudoks woonhuis De Wikke tonen aan dat hij ook daar op bezoek is geweest. Bekend is dat Dudok regelmatig architecten bij hem thuis ontving. Jan Vanhoenacker (1875-1958, onder andere medeontwerper van de Boerentoren in Antwerpen) reisde naar verluidt regelmatig naar Hilversum om zijn eigen projecten met Dudok te bespreken.
Ook in groepsverband werd naar Nederland gereisd. De Union des Villes et Communes Belges organiseerde vanaf de jaren twintig excursies voor gemeenteambtenaren naar Nederland met als onderwerp tuinsteden en volkswoningbouw. Hilversum was niet zelden het reisdoel van de ambtenaren. Architect Franz Langeraert (1885-1948) ging in 1929 met de Société des Architectes de la Flandre Orientale bij Dudok op bezoek. Van enthousiasme bood hij na terugkomst Dudok een erelidmaatschap van deze vereniging aan. Een jaar later maakte de Vlaamse onderwijsvereniging een studiereis naar een reeks scholen in Den Haag, Hilversum, Amsterdam en Rotterdam. Zij waren enthousiast over wat ze te zien kregen. Maar over de scholen in Hilversum wel het meest: “Een paradijs! En de oogen der bezoekers vullen zich allengs met de tranen eener diepe ontroering.”
"Gevaarlijke klakkeloze navolging"
Het leidde bij onze zuiderburen, en met name in Vlaanderen, tot een opleving van dudokiaanse architectuur. Soms als letterlijke kopie, soms ook wat lomp en onbehouwen, waardoor architect Pierre Verbruggen (1886-1940) in 1932 in het tijdschrift L‘Emulation verzuchtte dat “de architectuurbedevaarten naar het nieuwe Mekka Hilversum niet [moeten] leiden tot een niet bestudeerde en dus gevaarlijke klakkeloze navolging”. Zelf won Verbruggen in dat jaar een prestigieuze architectuurprijs voor de door hem ontworpen Zeevaartschool in Oostende. In de stijl van Dudok, dat wel.
In Nederland bleef de Vlaamse belangstelling voor Dudok niet onopgemerkt. In 1927 meende het Nederlandse magazine Bouwbedrijf, enigszins spottend, “met sympatische gevoelens” te moeten wijzen op de overeenkomst tussen het prijswinnende raadhuisontwerp van Emil Van Averbeke (1876-1946) bij het ‘Concours Triennal d’Architecture’ en Dudoks ontwerp voor het Hilversumse Raadhuis.
Sleutelpositie
Volgens Dubois heeft Dudok in de ontwikkeling van de architectuur in Vlaanderen een sleutelpositie ingenomen. Belangrijke architecten als Verbruggen, Jules Lippens (1893-1961), Marc Neerman (1900-1944), Joseph De Bruycker (1891-1942), Maxime Brunfaut (1909-2003) en Eduard van Steenbergen (1889-1952) waren allen in meer of mindere mate geïnspireerd door de Hollandse bouwmeester. Zij gebruikten geregeld de (oker)gele baksteen en pasten een diepliggende of Dudokvoeg toe, of voorzagen hun ontwerp van een asymmetrische toren. Ook veel voorkomend zijn de blauwe of lapis lazuli geglazuurde tegeltjes op muurdammen en raamkolommen. Dat is ook het geval bij Jules Lippens, die volgens Dubois wel het meest dudokiaans was. Hij nam vanaf eind jaren twintig details uit het Hilversumse Raadhuis in vrijwel al zijn werken en vaak letterlijk over en gaf ruiterlijk toe dat hij kopiëren makkelijker vond dan creëren.
Eerbetoon in België
Dudok kreeg tijdens zijn leven meerdere blijken van erkenning van onze zuiderburen. Naast het al genoemde erelidmaatschap van de Société des Architectes de la Flandre Orientale, werd hij in 1927 erelid van de Koninklijke Maatschappij der Bouwmeesters van Antwerpen. En in 1950 werd hij benoemd tot Officier in de Kroonorde van België, die onder andere wordt toegekend vanwege belangrijke artistieke, letterkundige of wetenschappelijke verdienste.
Wie nu zoekt op ‘Dudok’ in de inventaris Vlaams erfgoed krijgt als resultaat ruim honderd beschermde monumenten die volgens het Vlaamse Agentschap Onroerend Erfgoed beïnvloed zijn door de Hilversumse gemeentearchitect. Niet alleen een erkenning voor de architecten van die monumenten, maar ook een blijvend eerbetoon aan hun beroemde Hollandse voorbeeld.