Begin jaren dertig vestigde de net afgestudeerde Australische architect Charles Fulton (1905-1987) zich in Londen. De Engelse hoofdstad was een goede basis om vandaaruit de nieuwe architectuur van Europa te onderzoeken. Fultons interesse ging vooral uit naar de architectuur van Dudok in Hilversum, die hij totdantoe alleen uit tijdschriften kende. In Hilversum had hij het geluk om door de beroemde gemeentearchitect zelf rondgeleid te worden.
Na twee jaar in Londen keerde Fulton in 1933 terug in Australië en vestigde zich in Brisbane, de hoofdstad van de staat Queensland. Bij het architectenbureau van John Donoghue (1894-1960) kreeg hij de kans om zijn voorkeur voor de moderne Europese architectuur om te zetten in daadwerkelijke ontwerpen.
Een van zijn eerste ontwerpen was een woning met praktijkruimte voor Dr. Harry Masel, een huisarts uit Stanthorpe, een kleine plaats zo’n 200 kilometer ten zuidwesten van Brisbane. De dokterswoning had een aantal bijzonderheden. Naast de consultatieruimte met wachtkamer waren er ook een ruimte voor röntgenopnames en een laboratorium voor de arts, die zich later specialiseerde in radiologie. Maar ook had Fulton rekening gehouden met het koude klimaat van de ‘granite belt’: het granieten landschap rondom Stanthorpe wat de regio tot het koudste deel van Queensland maakt. Een ingebouwd verwarmingssysteem maakte onderdeel uit van het ontwerp.
De Masel residentie was een van de eerste modernistische huizen in Queensland. Al direct na de bouw werd de woning gepubliceerd in nationale architectuurtijdschriften. Het ontwerp won diverse prijzen, waaronder die van de Queensland afdeling van het Royal Australian Institute of Architects voor verdienstelijke architectuur in 1939.
Het huis heeft zeker elementen van het Dudokidioom in zich, al wordt ook wel eens naar de Bauhausstijl verwezen. Het Queensland Heritage Register dat de woning in 2005 classificeerde als state heritage omschrijft het pand als “een treffend voorbeeld van een gebouw in de functionalistische stijl van het interbellum [met] de typische kenmerken van de stijl, zoals asymmetrische kubistische massa’s, grote ornamentloze bakstenen gevelvlakken, stalen hoek- en strokenramen, gebogen gemetselde hoeken, uitkragende luifels en een verborgen dak.”
Donoghue en Fulton eindigden hun partnerschap in 1946, waarna Fulton partner werd bij het architectenbureau Job Collin & Fulton. Naast zijn werk in de praktijk was Fulton vanaf 1936 tot aan zijn pensioen in 1970 verbonden aan het Central Technical College in Brisbane. Als eerbetoon voor zijn bijdragen aan de architectuuropleidingen noemde de Queensland Technische Universiteit haar architectuuropleiding de Fulton School of Architecture.
Bronnen:
Dielemans, Paul, ’"Moderately Modern": The reading of modern Dutch Architecture by a Queensland Architect’, in: Proceedings of the Society of Architectural Historians Australia and New Zealand, November 2019.