Gerelateerde artikelen
Dudok als voorbeeld voor gemeentearchitecten in het interbellum
Gemeentearchitecten hadden een flinke bouwopgave in het interbellum. De Woningwet van 1901, de bevolkingsgroei en de trek naar de steden, technische vindingen op het gebied van elektriciteit en hygiëne, toename van het verkeer en nieuwe inzichten en wetten in het onderwijs: de gemeenteambtenaar moest zorgen voor volkshuisvesting, schakelstations, rioolgemalen, elektriciteitshuisjes, wegen en bruggen en scholen, heel veel scholen. Met al die bouwwerken kon een gemeentearchitect een behoorlijk stempel drukken op het uiterlijk van de stad. Dat is precies wat Dudok deed in Hilversum en dat bleef niet onopgemerkt. Anderen lieten zich graag door hun collega inspireren.
door Joke Reichardt
Vanaf begin jaren twintig kwamen hele colonnes architecten naar Hilversum waar ze werden rondgeleid door de gemeentearchitect, die bekend stond als een enthousiaste en charmante causeur. Steevast stonden zijn schoolontwerpen op het programma. De ledenvergadering van de Bond van Nederlandsche Architecten werd in 1920 in Hilversum gehouden, mét een excursie van Dudok langs zijn nieuwste werken. Van de Rembrandtschool, die nog in aanbouw was, kregen de leden de ontwerptekeningen te zien. Het was Dudoks eerste niet-utilitaire gebouw dat van platte daken werd voorzien. Architectuurcriticus J.P. Mieras (1888-1956), ook aanwezig bij de vergadering, schreef er twee lovende artikelen over in het Bouwkundig Weekblad.
Gemeentearchitecten onder elkaar
Via de Vereeniging van Gemeentelijke Bouwtechnische Hoofdambtenaren namen gemeenteambtenaren kennis van de laatste ontwikkelingen op (bouw)technisch gebied. Ook Dudok was lid van deze vereniging. Toen de vereniging in 1923 haar voorjaarsvergadering in Hilversum hield, leidde hij de deelnemers rond langs de belangrijkste werken in zijn woonplaats. Het ligt voor de hand dat de aanwezige gemeenteambtenaren inspiratie opdeden tijdens deze excursie. Van de nutsgebouwen die op de excursie werden aangedaan, waaronder het pompstation aan het Laapersveld (1920) en het badhuis aan de Bosdrift (1921), zijn de nodige navolgingen te vinden. Uiteraard liet Dudok ook een aantal scholen zien, waaronder de inmiddels in gebruik genomen Rembrandtschool (1921), de Dr. H. Bavinckschool (1922) en zijn allernieuwste schoolgebouw, de Oranjeschool (1923).
De populariteit van zijn scholen, waarvan hij er in de jaren twintig en dertig meer dan 25 heeft gerealiseerd, was ongekend. In talrijke tijdschriften, vakbladen en architectuurboeken verschenen artikelen en reproducties van de gebouwen. Dudok ontwierp scholen volgens de modernste onderwijskundige inzichten. De gebouwen werden licht en ruimtelijk en kregen een markante toren of opvallende schoorsteen die diende als herkenningspunt in de woonwijk. Bij het ontwerp van kleuterscholen (bewaarscholen) liet hij zich leiden door de belevingswereld van de kleuters. Lage ramen, een huppelveranda waar kleuters – beschut onder een brede dakrand – buiten konden werken of spelen, en een door groen omgeven schoolplein kwamen tegemoet aan de moderne opvoedingsidealen van de jaren twintig.
Beeldwerking met een dramatisch accent
Alle scholen hadden een eigen gezicht dankzij dakvorm, ramen en inrichting van de gangen. Dudok legde de nadruk op de beeldwerking: speels verspringende bouwmassa’s, inspringingen, verschuivingen van muurvlakken, lange horizontale lintvensters, vaak met halfronde uitbouwen die zorgden voor een dramatisch accent. Deze laatste waren een geliefd element bij de dudokiaanse navolgers. Ook een opvallende entree als bij de Vondelschool, met de halfronde toegangsdeur die is vormgegeven als een monumentale omlijste poort, was een inspiratiebron voor collega’s van de beroemde Hilversumse architect.
Dudoks moderne bouwstijl sloeg aan. Wie de opdracht kreeg een schoolgebouw te ontwerpen, vond in Hilversum een keur aan (stijl)voorbeelden. Bekende en minder bekende gemeentearchitecten bouwden – met name in het interbellum – scholen in de stijl van Dudok. Soms is er geen direct verband te leggen tussen de architect en Dudok, waardoor een schoolgebouw strikt genomen niet kwalificeert als Inspired by Dudok. Maar de vormentaal van gebouwen als de voormalige Oranje Nassauschool in Bilthoven (P.J. Vermaak, 1930), de Berg en Bosschool in Apeldoorn (Willem Nolen, 1932) of de voormalige Linnaeusschool in Haarlem (P.F. de Bordes, 1931) is onmiskenbaar dudokiaans. En deze opsomming is nog bij lange na niet volledig.
Dudokstijl als exportproduct
Ook bekendere gemeentearchitecten als C. van der Tak (1900-1977) in Amersfoort, J. Crouwel (1885-1962) in Harlingen en J.I. Planjer (1891-1966) in Utrecht hebben scholen in de stijl van Dudok gebouwd. Zonder deze architecten tekort te willen doen door ze als navolgers van Dudok te bestempelen, hebben we ze wel opgenomen in de serie Inspired by. Het is onvermijdelijk dat deze architecten – vaak directeuren van een gemeentelijke dienst – op de hoogte waren van elkaars werk. En de overduidelijke aanwezigheid van het Dudokidioom in de betreffende gebouwen leidde tot onze conclusie: Inspired by Dudok.
Niet alleen de Nederlandse gemeentearchitect bouwde scholen in Dudokstijl. Ook voor een groot aantal zelfstandige architecten in binnen- én buitenland waren de scholen van Dudok een voorbeeld voor hun eigen schoolontwerpen, getuige de vele navolgingen die wij vonden. Het in 1924 gehouden Internationaal Stedebouwcongres en het Elfde Internationale Architectencongres, gehouden in 1927, brachten hordes buitenlandse architecten naar Hilversum. Zij kregen niet alleen een rondleiding door de welbespraakte Hilversumse bouwmeester, maar ze kregen ook een boekje mee getiteld Hilversum. Korte inleiding tot het bezoek aan de uitbreidingswerken der laatste jaren. Het boekje was door Dudok zelf samengesteld en gaf uitleg in vier talen. Dudoks bouwstijl als exportproduct.
Meer dan alleen scholen
Naast scholen en utiliteitsgebouwen leende Dudoks vormentaal zich ook voor heel andere typen bouwwerken uit het interbellum. Wij ontdekten een busgarage, een kiosk, een boekhandel, een kantoorgebouw en zelfs een sanatorium, alle in meer of mindere mate Inspired by Dudok. En ook in villa’s en woonhuizen uit het interbellum is het handschrift van de Hilversumse architect terug te vinden. Geïnspireerd door diens eigen woonhuis aan de Utrechtseweg in Hilversum, maar ook door de kubistische vormen van Raadhuis en schoolgebouwen. Zoals Villa Arioso in Amersfoort, met duidelijke trekken van het Raadhuis én van Dudoks Multatulischool.
De Dudokstijl zou ophouden te bestaan met de persoon, beweerde architectuurcriticus J.J. Vriend in 1942 in zijn boek De bouwkunst van ons land. De bouwkunst van Dudok achtte hij zozeer gebonden aan diens persoonlijkheid dat “bijna zonder uitzondering imitatie daarvan [voert] tot vergroving en valsche aesthetiek”. Of die verwachting waarheid is geworden, laten wij graag aan u.