Toen De Roos & Overeijnder in 1928 de besloten prijsvraag voor De Bijenkorf in Rotterdam verloren van Dudok, namen zij dat sportief op. De opdracht ging volgens hen naar “een zoo geniaal bouwmeester als Dudok”. Die bewondering was geen loze beleefdheid: in hetzelfde jaar ontwierp het Rotterdamse bureau het nieuwe Rotterdamsch Lyceum, waarin de invloed van Dudok duidelijk zichtbaar is.
De Roos & Overeijnder was in de eerste helft van de twintigste eeuw een van de bekendste architectenbureaus van Rotterdam. Herman de Roos en Willem Overeijnder waren klasgenoten aan de Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen en begonnen in 1895 samen een praktijk. De taakverdeling was helder: De Roos bewaakte de zakelijke kant en de uitvoering, Overeijnder was de ontwerper, tekenaar en esthetische kracht van het bureau.
Het bureau ontwierp een breed scala aan gebouwen: kantoren, scheepswerven, woningen, tuinwijken, sociëteiten, een concertgebouw en zelfs het stadion van Sparta. Ook scholenbouw hoorde tot hun werkterrein. Architectuurhistoricus Han Timmer typeerde De Roos & Overeijnder als trendvolgers, ontwerpers die zich soepel bewogen tussen uiteenlopende bouwstijlen.
Zakelijk-expressionisme
In 1927 kreeg het bureau opdracht voor een nieuw gebouw voor het Rotterdamsch Lyceum in Delfshaven. Toen de school in 1929 officieel werd geopend, was het het eerste lyceumgebouw van Rotterdam: een plek voor algemeen voortgezet onderwijs. De vormgeving sloot aan bij het zakelijk-expressionisme van Dudok, dat in de scholenbouw veel navolging vond. Dudoks eigen scholen werden druk besproken in architectuurtijdschriften en bezocht tijdens congressen. Dudokiaans aan het Rotterdamsch Lyceum zijn vooral de verspringende kubische bouwmassa’s, de ruime boogvormige entree en de opvallend hoge, slanke toren.
'Schuivende vlakken-componisten'
De verwantschap met Dudok bleef niet onopgemerkt. Ook bij hun prijsvraagontwerp voor een beursgebouw aan de Coolsingel, waaraan Dudok eveneens meedeed, viel de dudokiaanse opzet op. Het Vaderland noemde De Roos & Overeijnder spottend “geveleurs”, “raamfantasten” en “schuivende vlakken-componisten”.
In 1939 werd het Rotterdamsch Lyceum uitgebreid met twee lokalen boven de ingang, waardoor de oorspronkelijke compositie werd aangetast. Het lyceum zelf werd in 2009 opgeheven; tegenwoordig is de Theater mavo/havo er gevestigd. Sinds 2002 is het gebouw rijksmonument.