Iedere Hilversummer kent de kiosk bij de Kei, een gebouwtje uit 1932 dat zó overduidelijk door Dudok is ontworpen dat bijna iedereen dat voetstoots aanneemt. Maar dat is het niet. De kiosk is een ontwerp van vader en zoon Bakker, een architectenduo dat een duidelijk stempel heeft gezet op de ontwikkeling van Hilversum.
De Gooi- en Eemlander meldde in augustus 1931 dat in Hilversum dringend behoefte was aan kiosken langs de openbare weg waar het publiek kranten, postzegels, tabak en snoep kon kopen: “In andere plaatsen zijn dergelijke kiosken er reeds lang.” Vandaar dat het gemeentebestuur volgens de krant een vergunning wilde verlenen aan ondernemer W. van Gaasbeek, die graag zo’n kiosk wilde exploiteren op het brinkje bij de Kei.
'Fraai stenen gebouwtje'
Van Gaasbeek wilde een eenvoudig houten gebouwtje neerzetten, maar daar stak de Hilversumse schoonheidscommissie een stokje voor. “Ontsierend”, was het oordeel. Het moest een fraai stenen gebouwtje worden, dat ook kon dienen als wachthuisje voor buspassagiers, met een bank, toilet, urinoir en telefooncel.
De opdracht ging naar Barend (B.H.) Bakker (1879-1951) en zijn zoon Kees (C.M) Bakker (1903-1989), die samen een architectenbureau hadden. Vader en zoon ontwikkelden een aanzienlijk oeuvre in Hilversum en omgeving van vooral strakke en zakelijke werken, afgewisseld met wat romantisch gevormde landhuizen.
Handschrift van Dudok
Bakker sr. was ook politicus. Als raadslid was hij medeverantwoordelijk voor de aanstelling van Dudok als directeur Publieke Werken, in 1915. Als wethouder werkte hij later veel samen met Dudok, die hij enorm bewonderde. Die bewondering bleek ook uit Bakkers eigen ontwerpen. Elementen uit het handschrift van Dudok zijn daarin terug te vinden.
Maar nergens zo duidelijk als in de kiosk bij de Kei, die hij waarschijnlijk samen met zijn zoon ontwierp. Dudokkenner Annette Koenders van de gemeente Hilversum sluit ook niet uit dat Dudok zelf de hand heeft gehad in het ontwerp. De Gooi- en Eemlander meldde destijds dat Bakker jr. de kiosk heeft getekend. Vlak voor de opening, op 19 mei 1932, schreef de krant: “De grijze betonnen luifel wordt nog wit geschilderd en de grauwe muren met helderblauwe tegels bemetseld. Dan zal op dit drukke punt zeker een aardig, opgewekt gebouwtje verschenen zijn.”
De kiosk is in 1996 in opdracht van de gemeente gerestaureerd en in oorspronkelijke staat teruggebracht.