Gerelateerde artikelen
Scholen van Bouma, Groningen (1925-1032)
Scholen waren in het interbellum bij uitstek een bouwopgave voor de gemeente-architect. Dat gold voor Dudok in Hilversum, maar ook voor collega’s als Van der Tak in Amersfoort, Gijzen in Hengelo, Planjer in Utrecht en Siebe Jan — Siep — Bouma (1899-1959) in Groningen. Tussen 1925 en 1932 realiseerde Bouma zes van de tien openbare lagere scholen in de noordelijke provinciehoofdstad.
Eind jaren 20 was hij verantwoordelijk voor vrijwel alle gemeentelijke architectuuropgaven in Groningen. Bouma had zich via avondstudie opgewerkt van timmerman tot belangrijkste bouwkundig ontwerper van Gemeentewerken. Zijn eerste ontwerpen bevatten nog elementen van de Amsterdamse School, destijds populair in Groningen. Maar al snel schoof hij, duidelijk beïnvloed door Dudok, op naar een zakelijker en expressiever idioom. In zijn schoolontwerpen is dat goed zichtbaar: ze kunnen stuk voor stuk in meer of mindere mate dudokiaans worden genoemd.
'Vaderschap-uit-de-tweede-hand'
Dat viel ook tijdgenoten op. In 1928 schreef ir. A.J. van der Steur in Bouwkundig Weekblad Architectura over drie Groningse schoolgebouwen: “Het zou mogelijk zijn, aan de drie schoolgebouwen zelfs namen van architecten te verbinden, wien het vaderschap uit-de-tweede-hand van deze bouwwerken zou kunnen worden toegeschreven.” Hij noemde die namen niet, maar voegde fijntjes toe dat men geen “heel scherpe opmerker” hoefde te zijn om de overeenkomsten te zien.
De gebouwen waarover hij schreef waren van Bouma: de Openbare Lagere School aan de Jan Hissink Jansenstraat (1925), de Simon van Hasseltschool aan de Zaagmulderstraat/Heesterpoort (1926-1928) en de Vensterschool aan de Parkweg (1927). Zonder twijfel dacht Van der Steur aan Dudok toen hij sprak van de “doorwerking van bepaalde, van het centrum des lands uitgaande invloeden”.
Meer dan een navolger
De afwisseling van horizontale en verticale kubische volumes, open en gesloten bouwmassa’s, baksteen, verspringende nokhoogtes en langwerpige vensters: het zijn elementen die Bouma zo van de Hilversumse gemeente-architect lijkt te hebben overgenomen. Ook de Van Houtenschool aan de Oliemuldersweg (1931-1932), nu de Siebe Jan Boumaschool, met zijn markante toren, ademt sterk de sfeer van Dudok.
Toch was Bouma meer dan een navolger. Hij fotografeerde, schilderde, tekende en ontwierp meubels. Het gebouw voor Gemeentewerken aan het Zuiderdiep ontwierp hij als Gesamtkunstwerk, inclusief interieur, meubels en glas-in-lood. Later werd hij directeur van het Openluchtmuseum in Arnhem en van het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen, dat hij ook ontwierp. Zijn laatste ontwerp, uit 1951, was het stedebouwkundig plan voor Madurodam.
Bronnen:
H.F. Bruijel-van der Palm (e.a.), Scholen in Groningen, Stad en Lande Historische reeks 5, Utrecht 1986.
Herma Hekkema, S.J. Bouma 1899-1959, Groningen 1992.
A.J. van der Steur, ‘Bij een drietal scholen van gemeentewerken te Groningen’,
Bouwkundig Weekblad Architectura 34 (1928), pp. 266-270.